Verbonden Léven

Bijbel 1

Wil je graag het evangeliecommentaar dagelijks in je mailbox? Schrijf je dan in op onze dagelijkse nieuwsbrief onderaan de homepagina.

Vrijdag (3/12/2021)
Mt.9,27-31

Toen Jezus van daar vertrok [van het huis van de overste van de synagoge van Kafarnaum], volgden twee blinden hem. Ze schreeuwden: “Ontferm je over ons, zoon van David!” Thuis gekomen, kwamen de blinden bij hem en Jezus vroeg hen: “Vertrouwen jullie dat ik de geestkracht heb dit te doen?” Ze antwoordden: “Ja, Heer!”
Toen raakte hij hun ogen aan en zei: “Het gebeure naar jullie vertrouwen.” En hun ogen werden geopend. Jezus beval hen streng: “Let op dat niemand het te weten komt!” Maar eens buiten maakten ze hem in de hele omgeving bekend.

Wat een lef van Jezus! Zeg maar vermetelheid. Híj is van G-dswege gezonden om de wereld te redden – dat is ook zijn essentie, het wezen van zijn naam: Jeshua, G-d redt – en als puntje bij paaltje komt, zegt hij simpelweg: “Júllie vertrouwen heeft jullie gered!”
De redding die Jezus brengt, is geen ‘hocus pocus’, niet iets wat van buitenaf komt. Het is niet iets wat hij toevoegt aan de mens. Nee, de mens ís al geschapen ‘naar G-ds beeld en gelijkenis’. Alles is al aanwezig! Jezus komt ons alleen ‘wakker maken’. Hij komt ons roepen, oproepen, om datgene wat in ons al aanwezig is, ook tot leven te laten komen. Dan zullen we Léven!
Durf ik erop rekenen dat G-ds scheppingskracht in mij aanwezig is? Durf ik te schreeuwen: “Ontdooi met jouw warmhartige blik die kiemkracht die opgesloten ligt in mijn verkilde hart!”
Het zál het dus gebeuren, naar ons vertrouwen!
En is het je opgevallen dat het blínden zijn die dit beter zíen … ?!

Donderdag (2/12/2021)
Mt.7,21.24-27

“Niet iedereen die “Heer, Heer!” tegen mij zegt, zal binnengaan in het koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van mijn Vader.
Iedereen die mijn woorden hoort en ze doet, is te vergelijken met een verstandig man die zijn huis bouwde op de rots. De regen sloeg neer, de rivieren zwollen op, de winden raasden en beukten op dat huis, maar het stortte niet in, want het was gegrondvest op de rots.
Maar iedereen die mijn woorden hoort en ze niet doet, is te vergelijken met een verdwaasde die zijn huis bouwde op het zand. De regen sloeg neer, de rivieren zwollen op, de winden raasden en beukten op dat huis, maar het stortte in, zodat het helemaal verwoest werd.”

Een – terecht! – mooi en geliefd verhaal. Ook de boodschap is eigenlijk duidelijk: Woorden zijn één ding, daden een ander. En als het erop aan komt, dan zijn de daden toch belangrijker dan de woorden.
Simpel toch?
Ja! – Dus … doen!
Wel nog even ter precisering dit: Om dan te weten wát ik moet doen, moet ik niet luisteren naar mijn éigen woorden, maar naar die van Jezus! …

Woensdag (1/12/2021)
Lc.15,29-37

Jezus vertrok van daar [de kuststrook ten noordwesten van Galilea] en kwam bij het meer van Galilea [volgens het Marcus-evangelie bij Dekapolis, ten zuidoosten van het meer, dat niet Joods was]. Hij trok de berg op en ging daar zitten [om te onderrichten].
Er kwamen heel veel mensen naar hem toe, die ook lammen, blinden, doofstommen, verminkten en vele anderen met zich mee brachten en aan Jezus’ voeten neerlegden. En hij heelde hen. Al die mensen zagen vol verwondering dat doofstommen spraken, verminkten gezond werden, lammen liepen en blinden zagen, en zij verheerlijkten de God van Israël.
Maar Jezus riep zijn leerlingen bij zich: “Die mensen beroeren mij tot in mijn binnenste, want ze zijn al drie dagen bij mij en hebben niets te eten. Ik wil hen niet zonder eten wegsturen, anders bezwijken ze onderweg.”
Zijn leerlingen zeiden: “Vanwaar halen wij in dit afgelegen gebied zoveel broden om zoveel mensen voldoende te voeden?” Jezus vroeg hun: “Hoeveel broden heb je?” Ze zeiden: “Zeven, en enkele visjes.”
Hij gebood de mensen op de grond te gaan zitten. Hij nam de zeven broden en de vissen en na gedankt te hebben [eucharistein], brak hij ze en gaf ze aan zijn leerlingen, die ze uitdeelden aan de mensen. Allen aten en werden volop gevoed. En toen ze de overblijvende stukken ophaalden, waren er zeven manden vol.

Valt het je niet op hoe lichamelijk – daad-werkelijk – Jezus bezig is?! Hij geeft wel onderricht, wat we uiteraard wel eerder een innerlijk gebeuren kunnen noemen, maar de meeste aandacht gaat naar de lammen, blinden, enz. Uit de individuele helingsverhalen weten we ook dat hij dat altijd doet door de mensen aan te raken, ook als dat niet mag van de wet! En er is meer: Hij heeft er aandacht voor dat mensen eten moeten krijgen. Écht eten, geen luxe, maar wel gezond en voedzaam, “anders bezwijken ze onderweg”.
En dát alles is voor hem “Eucharistie”!
Ik laat de vraag aan de lezer hoe het met onze “Eucharistie” gesteld is. Maar bedenk dus dat je naar twee kanten moet kijken: Weerspiegelt de “Eucharistie” zoals wij die vieren, iets van dít – daad-werkelijke – leven van Jezus? Én weerspiegelt ons eigen leven iets van deze “Eucharistie” zoals Jezus die beleeft?

Dinsdag (30/11/2021) feest van de apostel Andreas
Mt.4,18-22

Rondwandelend langs het meer van Galilea, zag Jezus twee broers: Simon, die Petrus werd genoemd, en zijn broer Andreas. Ze waren hun netten aan het uitwerpen in het meer – ze waren namelijk vissers.
“Kom, mij achterna, riep Jezus hen, en ik zal jullie vissers van mensen maken.”
Onmiddellijk lieten zij hun netten los en volgden hem.
Verder gaande zag hij twee andere broers: Jakobus, de zoon van Zebedeus, en zijn broer Johannes. Ze waren met hun vader Zebedeus in de boot de netten aan het herstellen, en hij riep hen.
Onmiddellijk lieten zij de boot en hun vader los en volgden hem.

Wandelend langs het meer spreekt Jezus mensen aan. Hij gaat naar hen toe en roept hen. “Kom, ik zal jullie leven her-oriënteren. Ik maak jullie tot vissers van mensen”. Zij laten alles los en volgen hem.
Híj komt naar óns toe (ook al denken we vaak dat wij het zijn, die hem tegemoet gaan). Hij biedt zich aan, niet met toeters en bellen, niet heldhaftig, maar in alle kwetsbaarheid. Ongelooflijk krachtig en beloftevol is dat: G-d komt, kwetsbaar als een pasgeboren kind, in deze wereld! Een gebeurtenis om ons naar toe te ‘bereiden’!
Advent of ‘voorbereidingstijd’ is een uitgelezen tijd om ons te oefenen in zien en horen, om alert en waakzaam op het spoor te komen waar wij geroepen worden om Hoopvolle mensen te zijn. Advent is een tijd om mensen van Hoop te worden midden alle onzekerheid en angst, midden alle eenzaamheid en onmacht.
Mooi toch om de Advent te mogen beginnen met deze oproep, want is zo’n ‘voorbereidingstijd’ niet ook aan ons allemaal een hernieuwde ‘oproep – roep – roeping’ om ons leven te her-oriënteren, te bereiden naar G-d toe?!

 

Maandag (29/11/2021)
Mt.8,5-11

Toen Jezus binnenging in Kafarnaüm, kwam er een centurio [honderdman, Romeinse legeroverste] smekend naar hem: “Heer, mijn jongen [kan zijn zoon zijn, of een dierbare knecht] ligt thuis verlamd en lijdt vreselijke pijn.” Jezus zei hem: “Ik zal hem komen genezen.”
Maar de centurio antwoordde hem: “Heer, ik ben te klein dat je in mijn huis zou komen, maar spreek slechts één woord en mijn jongen zal gezond worden. Want ook ik ben een mens aan wie volmacht werd gegeven. Ik heb soldaten onder mij en als ik tot de ene zeg ‘ga’, dan gaat hij, en tot de ander ‘kom’, dan komt hij, of tegen mijn dienstknecht ‘doe dit’, dan doet hij dat.”
Toen Jezus dit hoorde, verwonderde hij zich en zei tegen wie hem volgden: “Amen, ik zeg jullie: Zelfs in Israël heb ik niet zo’n groot geloof/vertrouwen gevonden! Daarom zeg ik jullie dat velen van oost tot west zullen komen en met Abraham, Isaak en Jakob deel zullen hebben aan het koningschap van de hemelen.

Een Romeins legeroverste die heel goed zijn positie (zijn macht) kent, komt Jezus tegemoet. Hij is zich bewust van zijn ‘grootsheid’, maar die belet hem niet om te beseffen dat de ander hem en hij de Ander nodig heeft. Dit wordt des te meer duidelijk in de confrontatie met het mysterie van leven en dood. Daar voelt hij zijn kleinheid.
Hij is een man die doet wat hij moet doen, nl. alert en zorgzaam omgaan met wie aan hem zijn toevertrouwd. Hij weet zijn plaats en (er)kent zijn grenzen. Hij voelt waar zijn grens bereikt is en heeft het lef om de zorg uit handen te geven. Hij vertrouwt de jongen toe aan de Ander en is rotsvast overtuigd van de helende kracht van diens Woord.
Elke keer bij het uitspreken van die woorden “Heer, ik ben niet waardig dat Jij tot mij komt.” besef ik dat het dat is waar nederigheid om gaat: leven op de juiste plaats, jouw plaats. Nederigheid is jezelf noch te klein, noch te groot maken, maar het bevindt zich op de gulden middenweg tussen deze beide.