Verbonden Léven

Bijbel 1

Wil je graag het evangeliecommentaar dagelijks in je mailbox? Schrijf je dan in op onze dagelijkse nieuwsbrief onderaan de homepagina.

Donderdag (19/05/2022)
Joh.15,9-11

Zoals de Vader mij daad-werkelijk heeft liefgehad, zo heb ik ook jullie daad-werkelijk liefgehad.
Verblijf in mijn liefde. Als je mijn Wijzingen be-waart [= behouden door waar te maken], zul je in mijn liefde verblijven, zoals ik ook de Wijzingen van mijn Vader heb be-waard en in zijn liefde verblijf.
Ik heb deze dingen tegen jullie gezegd opdat mijn vreugde in jullie zou verblijven en jullie vreugde vol zou worden!

Heb je je nooit afgevraagd waarom wij in deze commentaren steeds spreken over ‘daad-werkelijke liefde’? Die dubbele term is de vertaling van het ene Griekse woord agapè, een woord dat in het Nieuwe Testament heel vaak voorkomt en er een cruciale rol speelt. De liefde zoals Jezus die propageert, heeft niets van doen met een romantisch liefdesgevoel, een ‘emo-kwestie’ of een verliefde ‘vlam’. Liefde is voor Jezus: zó verworteld zijn in de Bron van Leven, dat je ervoor durft kiezen levengevend naar je even-mens toe te gaan en daad-werkelijk (dus je feitelijk inzettend) die ander meer leven te geven, niet vanuit jezelf maar vanuit je Bron.
En zo ‘be-waren’ wij G-ds Wijzing. Nog zo’n Bijbels woord. ‘Bewaren’ kun je door iets in een weckpot te steken, goed opgepropt en safe, steriel – doods dus! Of ‘be-waren’ kun je door iets waar te maken: dat wat je zelf hebt ontvangen, ook echt beleven en op die manier doorgeven. Wellicht zal dat ‘beleven’ in een iets andere vorm gebeuren dan zoals je het ontving, omdat tijden en gebruiken nu eenmaal verschuiven, maar het is enkel in de durf van die transformatie dat het levend wordt doorgegeven.
Zo gaat het met de Liefde, zo gaat het met het Geloof, zo gaat het met het Léven … Gaat het zo met míjn leven?

 

Woensdag (18/05/2022)
Joh.15,1-8

Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijngaardenier. Elke rank die in mij geen vrucht draagt, haalt hij weg, en elke die wel vrucht draagt, snoeit/zuivert hij opdat ze meer vrucht zou dragen.
Jullie zijn al gesnoeid/gezuiverd door het woord dat ik tegen jullie gesproken heb.
Verblijf in mij – zoals ik in jullie. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf als hij niet verblijft in de wijnstok, zo ook jullie niet als je niet verblijft in mij.
Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Wie in mij verblijft – zoals ik in hem, die draagt veel vrucht. Want zonder mij kunnen jullie niets.
Als iemand niet verblijft in mij, is hij buitengeworpen en verdord, zoals de rank. Men verzamelt ze om in het vuur te gooien en te worden verbrand.
Als jullie in mij verblijven en mijn woorden in jullie verblijven, vraag dan wat je wil en het zal je gebeuren. Hierin toont zich de grootsheid van mijn Vader: dat jullie veel vrucht dragen en mijn leerlingen worden.

“Zonder mij kunnen jullie niets.”
Is dat zo? Kijk eens om je heen! Kijk eens wat mensen, individueel of als maatschappij, realiseren. Uit kracht van G-d? Meestal zelfs niet in naam van of ter ere van G-d. Soms zelfs lijnrecht ertegenin!
De mens kan dus blijkbaar wél wat! We hebben G-d niet nódig … om onze eigen zin achterna te lopen …
Maar wat als je een ándere zin zoekt in je leven? Wat als je de andere richting inslaat en wég van jezelf probeert te gaan? Wie het ook maar even probeert, stelt vast dat het niet zo simpel is. O, wéten welke weg je dan moet gaan, is niet zo moeilijk, maar ze ook gáán …
Je voelt al snel dat G-d dan niet alleen de richting is, maar ook de kracht ertoe. Waar zou ik als mensje uitkomen anders dan bij mezelf, als de Andere mij niet uit mezelf weg zou trekken?
De verbinding waartoe Jezus vandaag aandringt, is er paradoxaal genoeg een van veel loslaten. Vooral het loslaten van mijn eigen zin staat op het programma. We mogen ons echter voeden aan de belofte dat deze nieuwe verbinding ons zal voeren naar een vruchtbaar leven!

Dinsdag (17/05/2022)
Joh.14,27-31a

Vrede laat ik jullie na. Míjn vrede geef ik jullie, niet zoals de wereld die geeft. Ik geef haar jullie, laat je hart dus niet verontrust raken en wees niet bang!
Je heb gehoord dat ik jullie zei: Ik ga heen en kom naar jullie terug. Als je mij daad-werkelijk zou liefhebben, zou je verheugd zijn dat ik naar de Vader ga, want de Vader is groter dan ik.
En ik zeg jullie dit vóór het gebeurt, opdat wanneer het gebeurt, je zou vertrouwen. Veel zal ik met jullie niet meer kunnen bespreken, want de heerser van deze wereld komt. Hij heeft geen macht over mij, maar zo zal de wereld leren kennen dat ik de Vader liefheb en handel zoals de Vader mij gewezen heeft.

De vrede van G-d is duidelijk een andere vrede dan deze waarover wij spreken. Ze lijkt van een totaal andere orde te zijn dan deze van de wereld. De goddelijke vrede heeft niets te maken met het zwijgen van wapens noch met macht en/of territoriumdrift, maar draait uitsluitend om de Liefde, de goddelijke Liefde. Deze liefdevolle vrede maakt werk van het geluk van de ander. Ze wil alleen maar het beste voor de ander, nl. dat wat de ander nodig heeft om gelukkig te zijn, dat wat de ander heel maakt en doet leven. Ze gunt de ander ruimte van leven en wordt zo leven-gevend.
Deze vrede dreigt telkens weer in het gedrang te komen door politiek, economie, de maakbaarheidsgedachte …. kortom door de heersers van de wereld. Elke keer opnieuw zullen zij proberen deze vrede te onderdrukken, maar deze vrede zal op haar beurt telkens weer opstaan omwille van de Liefde.

Maandag (16/05/2022)
Joh.14,21-16

Wie mijn wijzingen waar maakt, die is het die mij daad-werkelijk liefheeft. En wie mij daad-werkelijk liefheeft, hem(/haar) zal mijn Vader daad-werkelijk liefhebben. En ik zal hem daad-werkelijk liehebben en mijzelf aan hem(/haar) openbaren.
Judas, niet die van Keriot, vroeg hem: “Heer, hoe komt het dat je je wel aan ons zult openbaren en niet aan de wereld?”
Jezus antwoordde hem: “Als iemand mij liefheeft, zal hij mijn woord be-waren [= vasthouden door waar te maken] en mijn Vader zal hem liefhebben, en wij zullen bij hem komen en ons verblijf bij hem maken. Wie mij niet liefheeft, maakt mijn woorden niet waar. En het woord dat je hoort, is niet míjn woord, maar dat van mijn Vader, door wie ik gezonden ben.
Deze dingen heb ik tegen jullie gezegd terwijl ik bij jullie verbleef. Later zal de medestander, de heilige Geest die de Vader zal zenden in mijn naam, jullie alles leren en in her-innering brengen wat ik tegen jullie heb gezegd.

Dit is een mooi staaltje van wat wederzijdsheid in een relatie ten diepste kan betekenen, nl:
Verlangen om de ander te leren kennen.
Jezelf laten kennen in al je kwetsbaarheid.
Elkaar graag zien en aan elkaar het anders-zijn gunnen, het aanvaarden en als een meerwaarde durven zien voor het geheel.
Alles doen zodat die ander kan en mag leven en in z’n waardigheid gebracht wordt.
Op die wijze daad-werkelijk in relatie durven gaan vanuit die wederzijdse liefde zou heel wat intermenselijke relaties doen herleven.
Voor Jezus gaat de wederzijdsheid zo ver dat hij één wordt, één met de Vader en één met ons mensen (als wij dit toelaten). Maar hij weet ook dat dit menselijk gezien een lastige zaak is (we zien onszelf zo graag). Dus laat hij ons niet alleen achter. Hij belooft een medestander, die ons zal be-geesteren, zodat wij in staat zijn om te her-inneren wat hij ons heeft voorgezegd en voorgedaan.

Zondag (15/05/2022) – 4de Paaszondag C
Joh.13,31-33a.35

Toen hij [Judas] was weggegaan, zei Jezus: “Nu komt de grootheid van de mensenzoon aan het licht, en in hem de grootheid van God. Als Gods grootheid in hem aan het licht komt, zal God ook hem in die grootheid laten delen, en wel onmiddellijk.
Kinderen, nog maar een korte tijd ben ik bij jullie.
Je zult mij zoeken, maar zoals ik al zei tegen de Joden ‘waarheen ik ga, kunnen jullie niet komen’, zo zeg ik het nu ook tegen jullie.”
Ik geef jullie een nieuw gebod: Heb elkaar daad-werkelijk lief. Als [= zoals + omdat] ik jullie heb liefgehad, heb ook elkaar lief. Hieraan zullen allen herkennen dat je mijn leerling bent: als je elkaar daad-werkelijk liefhebt.”

In zijn afscheidsrede, tijdens het Laatste Avondmaal, gaf Jezus ons een nieuw gebod: ”Heb elkaar daad-werkelijk lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, heb ook elkaar lief.” Het nieuwe van dit gebod bestaat er niet zozeer in dat christenen mensen zijn die ‘iedereen’ graag willen zien; een soort ruime, universele liefde, over alle grenzen heen. Het nieuwe bestaat erin dat wij diegenen, met wie wij verbonden leven, leren liefhebben ‘zoals hij ons heeft liefgehad’, dat wij leren beminnen naar ‘zijn maat’, met ’zijn intensiteit’, op ‘zijn manier’.
Het gaat om een liefde in volheid, de volheid (grootheid) van G-ds Liefde. Het is een liefde die zich niet opsluit in zichzelf, maar zo vol is dat ze overloopt en doorstroomt van de Vader naar de Zoon tot in onze onderlinge liefde. Het is een liefde die open is, niet ronddraait in zichzelf, m.a.w. totale gegevenheid.
Met dit gebod nodigt Jezus ieder van ons uit om in te treden in die liefdesbeweging en zo aan de wereld – daad-werkelijk – een liefde te laten zien naar ‘zijn maat’.