Verbonden Léven

Mt. 11,11-15 (10/12/2020)

Waarlijk, ik zeg jullie: Onder wie uit vrouwen zijn geboren, is er niemand geweest die groter is dan Johannes de doper,
maar in het koningschap der hemelen is zelfs de kleinste groter dan hij.
Vanaf de dagen van Johannes de doper tot nu lijdt het koningschap der hemelen geweld – geweldenaars proberen het weg te rukken –
want de profeten en de wet leidden toe naar Johannes. Hij is – als je het wil aannemen – de Elia die zou terugkomen.
Wie oren heeft, moet luisteren!

Vijf dagen na elkaar horen we vanaf vandaag over Johannes de doper.
Hij is dan ook de voorloper van ‘de komende’ (zo noemen de Orthodoxe Christenen hem ook: Johannes de Voorloper (i.p.v. de Doper)).
En ja, dat mag terecht een grootse taak worden genoemd (een grote taak trouwens ook).
En toch gaat de bevrijdende boodschap (= Evangelie) nooit over groot-zijn. Het is juist zo typisch – straks met Kerstdag ‘ten voeten uit’ aan de wereld getoond –
dat G-ds koningschap van een heel andere orde is, nee, zich juist toont in het onooglijk kleine.
Hemel wordt het waar G-d koning mag zijn – en dat kan dus blijkbaar even goed in een stal …
Dáárvan was Johannes getuige, met zijn eigen kleine leven.
Vreemd toch (of juist niet?) dat deze boodschap van koningschap in het kleine, de ‘groten der aarde’ in paniek doet schieten en dan maar ‘naar de grote middelen doet grijpen’.  Johannes was er het eerste – helaas niet het laatste – slachtoffer van …

Mt. 11,16-19 (11/12/2020)

Waarmee zal ik de mensen van deze generatie vergelijken?
Ze zijn als kleine kinderen die op de markt zitten en hun vriendjes toeroepen:
‘Wij spelen voor jullie op de fluit, maar je danst niet. Wij zingen voor jullie een klaaglied, maar je weent niet!’
Want Johannes kwam, hij at noch dronk en ze zeggen: ‘Hij is van een demon bezeten.’
En de mensenzoon kwam, hij at en dronk wél en ze zeggen: ‘Kijk eens naar die vreter en zuiper, die vriend van tollenaars en zondaars!’
Wijsheid wordt als waar erkend door allen die haar kinderen zijn.

Jezus verwijt de mensen kinderachtige wispelturigheid. Als ze Johannes de Doper niet willen erkennen,
gebruiken ze er het argument voor dat hij veel te ascetisch is; en als ze ‘de mensenzoon’ (Jezus zelf) niet willen erkennen,
gebruiken ze het omgekeerde argument dat hij veel te losbandig is. Wat willen ze nu eigenlijk?
Gewoon hun zin doen, natuurlijk! – Hoe ben je/ik zelf …
Het is in onze tijd niet anders, dat het zíen van waarachtige Godsgezanten wel enig onderscheidingsvermogen vergt.
Wij zijn nogal geneigd voort te gaan op uiterlijke kenmerken, waarbij dan de geneigdheid om een Godsgezant eerder te (h)erkennen
in het ascetische of eerder in het vrije aan ónze kant ligt, niet aan de kant van de boodschap zelf!
Is Gods bevrijdende boodschap voor vandaag méér waar omdat die in welluidende woorden wordt verkondigd of stamelend?
Door een slonzige armoezaaier of een gedistingeerd iemand? In een kerk of op straat? … (ga zo nog maar even door)
De wispelturigheid verdwijnt maar, als wij ons eigen kinderachtig willetje aan de kant schuiven en plaats maken voor Góds wijsheid.

Mt.11,20-24 (13/7/2021)

Toen begon hij de steden waarin de meeste van zijn krachtsdaden gebeurd waren, te verwijten dat zij zich niet hadden toegekeerd: “Wee, Chorazin, wee, Betsaïda [dorpen van de eerste verkondiging, maar die haar niet ontvingen], want als in [de iconisch goddeloze steden] Tyrus en Sidon de krachtsdaden zouden zijn gebeurd die bij jullie zijn gebeurd, dan zouden zij al lang – in zak en as gezeten – zich bekeerd hebben. Voor hen zal het bij het oordeel draaglijker zijn dan voor jullie.
En jij, Kafarnaüm, zul jij tot de hemel verheven worden [omdat ik er vertoefde en verkondigde]? Tot in het dodenrijk zul je afdalen, want als in Sodom de krachtsdaden waren gebeurd die bij jullie gebeurd zijn, het zou tot vandaag zijn blijven bestaan. Maar ik zeg je: Voor het land van Sodom zal het op de dag van het oordeel draaglijker dan voor jou.

 Telkens weer botst Jezus op vastgeroeste denkkaders. Overal waar hij komt, voelt hij de starheid en de weerstand om de eigen gecreëerde zekerheden los te laten. Zijn geduld wordt danig op de proef gesteld. Zij verstaan er blijkbaar niets van. Hij past niet in hun denkkaders (wil er ook niet in passen). Hoeveel wonderen moeten ze nog zien vooraleer ze hun ideeën over God en geloof durven los te laten? Hoeveel krachtdaden moeten er nog gebeuren om openheid te creëren in hun denken? Is het überhaupt wel mogelijk om af te dalen in de leegte, het niet-weten, de onzekerheid? Nochtans is het daar, in die openheid dat er ruimte zal zijn voor nieuw, anders leven.
En hoe staat het met ons denken? Mag (kan) de kracht van zijn daden ons denken openbreken? Is er ruimte en openheid om G-d als de gans Andere in ons toe te laten? Mag hij ons leven veranderen?
Het kan! Maar alleen als wij ons be-keren, ons om-keren naar hem en durven leeg worden van onszelf zodat hij in ons ruimte van leven krijgt.

Mt. 11, 20-24 (14/07/2020)

In die dagen begon Jezus de steden waarin de meeste van zijn wonderen waren gebeurd te verwijten, dat zij zich niet bekeerd hadden.
'Wee jij, Chorazin; wee jij, Betsaida! Tyrus en Sidon zouden reeds lang, in zak en as, zich bekeerd hebben,
indien bij hen de wonderen waren gebeurd, die bij jullie hebben plaatsgevonden.
Ja, Ik zeg jullie: Het lot van Tyrus en Sidon zal beter te dragen zijn op de oordeelsdag dan dat van jullie.
En jij, Kafarnaum, zal je soms tot de hemel toe verheven worden? Tot in de onderwereld zal je neerzinken.
Als in Sodom de wonderen gebeurd waren die bij jullie zijn geschied, het zou tot op de dag van vandaag blijven bestaan.
Toch, Ik zeg jullie: Het lot van het land van Sodom zal beter te dragen zijn op de oordeelsdag dan dat van jullie.'

Jezus gebruikt weer stevige taal en probeert het eergevoel van zijn toehoorders te doorprikken.
Zij probeerden al de hele tijd om zijn woorden in te passen in hun eigen godsdienstig systeem, in hun (verwrongen) manier van religieus systeemdenken.
En wanneer het hun duidelijk wordt dat Jezus niet in dat systeem past - dat Hij er niet wíl in passen - dan zijn ze ontgoocheld en komen in opstand.
Hij probeert hun zelfgenoegzaamheid te doorbreken.
Dat was toen. En nu? Hoe is het met mij gesteld? Is mijn eigenzinnigheid te keren? Durf ik los te komen van ons godsdienstig systeem om echt te horen
en te zien waar het op aankomt? Hoeveel wonderen moet ik zien gebeuren vooraleer ik mezelf laat (aan)raken en m’n leven durf te veranderen?
Ik voel me uitgedaagd om intenser te kijken, mijn ogen te open en te zien waar G-d in mijn en andermans leven aan het werk is.
Hoe hij mensen (mij) vrij maakt, leven geeft. Maar het houdt niet op bij kijken dat is nog maar het begin.
Het komt erop aan mij om te keren naar G-d en me te verbinden om zo Verbonden te kunnen Léven.

Mt.11,25-30 (5/07/2020)

 In die tijd nam Jezus het woord: ‘Ik dank Je, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Jij dit verborgen hebt
voor wijzen en verstandigen en het onthuld hebt aan eenvoudigen. Ja, Vader, zo heb Jij het goedgevonden.
Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon behalve de Vader, en niemand kent de Vader behalve de Zoon,
en ieder aan wie de Zoon Hem heeft willen onthullen. Kom allen naar Mij toe die afgemat en belast zijn, en ik zal je rust geven.
Neem mijn juk op en kom bij Mij in de leer, omdat Ik zachtmoedig ben en eenvoudig van hart, en je zult rust vinden voor je ziel.
Want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’

Er is iets wat Jezus ter sprake wil brengen. Maar hoe spreek je over dat wat verborgen zal blijven voor alle menselijke wijsheid?
Over datgene dat door ons verstand nooit blootgelegd kan worden? Over dat wat wij met al onze wetenschappelijke kennis nooit zullen kunnen ontrafelen?
In alle éénvoud! Niet met grootse wetenschappelijke woorden, maar door in alle éénvoud verbonden te leven.
Schroomvol mag ik aanhoren hoe Jezus in alle intimiteit hierover spreekt, hoe Hij ons op het spoor probeert te brengen van het mysterie van G-d’s Liefde.
Hij getuigt van zijn relatie met de Vader, een relatie die ver gaat en diep reikt zodat ze elkaar tot in het meest wezenlijke leren kennen.
Hij koos bewust voor die allesverterende liefde en heeft zo zijn hele wezen verbonden met G-d.
In die relatie worden wij uitgenodigd. Hij nodigt ons uit om G-d te leren kennen en onze relatie met Hem te laten openbloeien.
Tot ook wij heel ons wezen aan Hem durven te verbinden, onze zorgen durven uit te spreken. Dan zal Hij onze last dragen en wij zijn juk delen.
Dan zullen we rust vinden.

Mt. 11, 25-30 (29/4/2020)

In die tijd nam Jezus het woord: ‘Ik dank u, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat u dit verborgen hebt voor wijzen en verstandigen
en het onthuld hebt aan eenvoudigen. Ja, Vader, zo hebt u het goedgevonden. Alles is mij door mijn Vader in handen gegeven.
Niemand kent de Zoon behalve de Vader, en niemand kent de Vader behalve de Zoon, en ieder aan wie de Zoon hem heeft willen onthullen.
Kom allen naar mij toe die afgemat en belast zijn, en ik zal u rust geven. Neem mijn juk op en kom bij mij in de leer,
omdat ik zachtmoedig ben en eenvoudig van hart, en u zult rust vinden voor uw ziel. Want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’

Wanneer ik rond kijk, zie ik hoe angst, onrust, ‘blijf in je kot’, … het juk van deze tijd lijkt te worden. Ik voel het die onrust.
Op straat zie ik angst in de ogen van mensen. Ik merk dat velen het niet langer aan kunnen om teruggeworpen te worden op zichzelf.
En te midden van die onrustige, angstige wereld klinkt de uitnodiging: “Neem mijn juk op. Leer van mij: ik ben zachtmoedig en nederig van hart.
En je zult rust vinden”. Iemand die onze last op zich wil nemen. Iemand die rust wil brengen. Wie verlangt er niet naar?
Het wordt ons aangeboden! Het enige wat wij te doen hebben is bij hem in de leer gaan en het aandurven om anders te gaan leven.
Nederig of met andere woorden je leven richten op de ander, op heel de schepping. Je leven richten op God. Nederig dus en zacht-moedig.
Leven met de moed om voorrang te geven aan zachte krachten. Met de moed om tijd te maken voor elkaar, om in gesprek te gaan, nabij te zijn,
te troosten, elkaar uit te dagen, te bevragen; kortom ‘mens te zijn voor elkaar’.
En dit alles vanuit een éénvoud, een één zijn met God.
Durf je het aan?