Verbonden Léven

Mt.9,14-15 (4/03/2022)

Toen kwamen de leerlingen van Johannes naar Jezus en vroegen hem:
“Waarom vasten wij en de farizeeën wél, maar vasten jouw leerlingen níet?”
Jezus antwoordde hen: “De vrienden van de bruidegom kunnen toch niet treuren zolang de bruidegom bij hen is?
Maar er zullen dagen komen dat de bruidegom van hen is weggenomen. Dan zullen zij vasten.”

Er wordt weerom gemopperd en Jezus probeert geduldig zijn logica (die zo indruist tegen de onze) in twee zinnen te duiden. Het gaat níet over praktijken die kost wat kost moeten worden toegepast. Het gaat wél over een Aanwezigheid die vreugde en blijdschap met zich meebrengt. Hij probeert zijn toehoorders attent te maken op een Aanwezigheid die heelt, en als je die Aanwezigheid ervaart, als je je er aan toevertrouwt, dan zal je de ommekeer in je leven voelen. Levend in die Aanwezigheid kan je niet vasten, integendeel, je zal voelen hoe je intenser gaat leven. En als die Aanwezigheid verdwijnt of op de achtergrond geraakt, blijft een diep verlangen over en zal je gaan vasten. Vast-en is los komen van je manier van denken, wetten en regels, vastgeroeste ideeën, overtuigingen, …
Om te (kunnen) zien waar G-d – hier en nu – gebeurt.

Mt.11,16-19 (10/12/2021)

Waarmee zal ik de mensen van deze generatie vergelijken? Ze zijn als kleine kinderen die op de markt zitten en hun vriendjes toeroepen: ‘Wij spelen voor jullie op de fluit, maar je danst niet. Wij zingen voor jullie een klaaglied, maar je weent niet!’
Want Johannes kwam, hij at noch dronk en ze zeggen: ‘Hij is van een demon bezeten.’
En de mensenzoon kwam, hij at en dronk wél en ze zeggen: ‘Kijk eens naar die vreter en zuiper, die vriend van tollenaars en zondaars!’
Wijsheid wordt als waar erkend door allen die haar kinderen zijn.

Deze verzuchting klinkt na Johannes’ vraag aan Jezus: “Ben jij de Messias of is er een ander die we moeten verwachten.” Het lijkt alsof Johannes begint te twijfelen. Misschien omdat hij en Jezus zo verschillend te werk gaan in hun verkondiging. De ene streng, hard en kiezend voor een sobere levensstijl. De ander eet, feest en interpreteert ‘wijs’ de wetten van Mozes.
En de mensen … de ene volgt Johannes, de ander Jezus. Zij roepen als kinderen naar elkaar … De een verwijt de ander spelbreker te zijn zodat ze uiteindelijk hun eigen zin kunnen doen. Maar wat er op het spel staat is G-dgericht leven. Dát was de boodschap van Johannes. Én dat is de boodschap van Jezus. Keer je om. Richt je leven op G-d. En wat doen de mensen: ze mopperen en twisten over hoe die levenswijze er juist dient uit te zien.
Maar de wijsheid van G-d hangt niet vast aan deze of gene uiterlijke vorm. Ze stroomt door beide manieren van leven. De wispelturigheid verdwijnt maar, als wij ons eigen kinderachtig willetje aan de kant schuiven en plaats maken voor Góds wijsheid.

Mt.4,18-22 (30/11/2020) 

Rondwandelend langs het meer van Galilea, zag Jezus twee broers: Simon, die Petrus werd genoemd, en zijn broer Andreas.
Ze waren hun netten aan het uitwerpen in het meer – ze waren namelijk vissers.
“Kom, mij achterna, riep Jezus hen, en ik zal jullie vissers van mensen maken.”
Onmiddellijk lieten zij hun netten los en volgden hem.
Verder gaande zag hij twee andere broers: Jakobus, de zoon van Zebedeus, en zijn broer Johannes.
Ze waren met hun vader Zebedeus in de boot de netten aan het herstellen, en hij riep hen.
Onmiddellijk lieten zij de boot en hun vader los en volgden hem.

Deze Advent start toevallig met het feest van de apostel Andreas, en dan lezen we in het Evangelie zijn roepingsverhaal.
Eigenlijk wel mooi om de Advent mee te beginnen, want is zo’n ‘voorbereidingstijd’ niet ook aan ons allemaal een hernieuwde ‘oproep – roep – roeping’?!
Worden we in die tijd niet juist ‘gaandeweg’ geroepen om ‘Kerstmensen’ te worden = mensen die Hoop brengen, omdat ze in Hoop léven,
ook – misschien nog bijzonder – in dit lastige en moeilijke corona-jaar?
Tegelijk toont de gebeurtenis waar we ons toe ‘bereiden’ dat het niet van onze heldhaftige kracht zal zijn, dat het zal komen.
Nee, Gód breekt baan, Híj komt naar óns toe (ook al denken we vaak dat het omgekeerd is).
En dat is een ongelooflijk krachtige en beloftevolle wending: God kómt in déze wereld!
Alleen – we weten het door het Woord – het zal heel klein zijn, bijna onooglijk, en heel kwetsbaar – als een nieuwgeboren kind.
Misschien is het belangrijkste dat we ‘te bereiden hebben’, onze ogen! Zodat we zouden zíen!

 

Mt.11,11-15 (9/12/2021)

Waarlijk, ik zeg jullie: Onder wie uit vrouwen zijn geboren, is er niemand geweest die groter is dan Johannes de doper, maar in het koningschap der hemelen is zelfs de kleinste groter dan hij.
Vanaf de dagen van Johannes de doper tot nu lijdt het koningschap der hemelen geweld – geweldenaars proberen het weg te rukken – want de profeten en de wet leidden toe naar Johannes. Hij is – als je het wil aannemen – de Elia die zou terugkomen.
Wie oren heeft, moet luisteren!

Vanaf vandaag horen we enkele dagen na elkaar over Johannes de doper. Hij is de voorloper van ‘de komende’ (zo noemen de Orthodoxe Christenen hem ook: Johannes de Voorloper (i.p.v. de Doper)).
Hij verkondigt een bevrijdende boodschap die niet gaat over groot-zijn. Hij roept op, om op te houden met altijd opnieuw te trachten de grootste te zijn. Die grootheidsdrift leidt alleen maar tot geweld en zorgt ervoor dat het koningschap der hemelen langzaam maar zeker wegdeemstert. Zulke houding zorgt ervoor dat je meer en meer verwijderd raakt van G-d.
Laat je leiden door de Wet en de profeten (door G-d dus), zij leiden je naar ware grootheid. Johannes de doper getuigt ervan met zijn eigen kleine leven. Als je groot wil zijn richt je dan op G-d. Richt je op hem die zich toont in het kleine en kwetsbare (kijk straks maar naar dat Kindje in de kribbe). Luister naar wat hij je te zeggen heeft.
“Wie oren heeft, moet luisteren.”

Mt.6,7-15 (8/03/2022)

Als je bidt, babbel er dan niet op los, zoals veel volkeren doen. Zij denken dat ze door hun veelheid aan woorden verhoord zullen worden. Doe hen niet na! Je Vader weet wat je nodig hebt nog voor je het hem vraagt.
Bid als volgt:
Onze Vader in de hemelen,
geheiligd worde jouw Naam,
kome jouw koningschap,
gebeure jouw bedoeling
op aarde zoals in de hemel
Geef ons vandaag
ons nodige brood
en vergeef ons onze schulden
zoals ook wij onze schuldenaren vergeven,
en lever ons niet over aan de aanvechtingen,
maar verlos ons van het kwade.
Want als je de mensen hun misstappen vergeeft, vergeeft je hemelse Vader ook jou; maar als je aan de mensen hun misstappen niet vergeeft, vergeeft je hemelse Vader ook jou niet.

Jezus geeft ons woorden om te bidden en tips ’hoe’ te bidden: niet schijnheilig en geen woordenkramerij. De valkuil is dat formulegebeden vaak afgerammeld worden omdat we ze ‘van buiten’ kennen. Daarom waarschuwt Jezus ons: bidt ‘van binnen’, vanuit je binnenkamer, ‘par coeur’. Zo wordt ‘bidden’ een ‘overwegen in het hart’ en mogen de woorden door heel je lijf gaan. Wanneer Jezus zegt: “Jullie moeten zo bidden…” – en ons woorden aanreikt – geeft hij een format mee, een grondstructuur voor al ons bidden: G-d aanspreken (verbinding leggen met G-d), diens droom voor de wereld in herinnering brengen en onze menselijke noden laten klinken. En zo gaat het ook in het Onze Vader: de verbinding die met G-d wordt gelegd/gevraagd, straalt door naar onze verbindingen (of hopelijke verbindingen) met onze even-mensen. Het is goed om telkens als we het Onze Vader bidden ook te her-inneren dat het Jezus’ woorden zijn, dat hij het is die ze bidt in ons en zo tot leven mag komen door ons! Probeer het gerust, maar weet dat het niet zonder gevolgen zal blijven.

Mt.7,21.24-27 (2/12/2021)

“Niet iedereen die “Heer, Heer!” tegen mij zegt, zal binnengaan in het koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van mijn Vader.
Iedereen die mijn woorden hoort en ze doet, is te vergelijken met een verstandig man die zijn huis bouwde op de rots. De regen sloeg neer, de rivieren zwollen op, de winden raasden en beukten op dat huis, maar het stortte niet in, want het was gegrondvest op de rots.
Maar iedereen die mijn woorden hoort en ze niet doet, is te vergelijken met een verdwaasde die zijn huis bouwde op het zand. De regen sloeg neer, de rivieren zwollen op, de winden raasden en beukten op dat huis, maar het stortte in, zodat het helemaal verwoest werd.”

Een – terecht! – mooi en geliefd verhaal. Ook de boodschap is eigenlijk duidelijk: Woorden zijn één ding, daden een ander. En als het erop aan komt, dan zijn de daden toch belangrijker dan de woorden.
Simpel toch?
Ja! – Dus … doen!
Wel nog even ter precisering dit: Om dan te weten wát ik moet doen, moet ik niet luisteren naar mijn éigen woorden, maar naar die van Jezus! …