Verbonden Léven

Mt.5,43-48  (15/06/2021)

Jullie hebben gehoord dat er gezegd is: Je zult wie je nabij is daad-werkelijk liefhebben en je vijand haten. [Lev.19,18]
Ik echter zeg jullie: Heb je vijanden daad-werkelijk lief, zegen wie jou vervloekt, doe goed aan wie jou haat en bid voor wie jou vervolgt.
Dan worden jullie kinderen van de Vader in de hemelen, want hij laat zijn zon opgaan over slechten en goeden en laat het regenen over integeren en niet-integeren.
Want als jullie [alleen] liefhebben wie jullie liefheeft, wat is dan je verdienste? Doen de tollenaars [die hun eigen volk uitbuiten] niet hetzelfde? En als jullie alleen je vrienden begroeten [= zegenen met vrede], wat doe je dan extra? Doen de niet-Joden [die volgens de wet buiten Gods plan vielen] niet hetzelfde?
Wees dus volkomen integer zoals jullie Vader in de hemelen volkomen integer is.”

“Heb je vijanden daad-werkelijk lief, … wees volkomen integer”. Op het eerste gezicht, lijken dit weinig realistische woorden, wat wereldvreemd en naïef. Al naargelang de rekbaarheid van ons geweten laten zij ons koud of voelen we weerstand. Worden we hier niet door G-d en Jezus overvraagd? Hij kent toch onze menselijke zwakheid en kwam niet voor helden en heiligen!
Zeker en vast …
Jezus vraagt dan ook niet dat wij iedereen sympathiek vinden. Het gaat niet om gevoelens en ook niet om alles goed te praten. Liefde is meer dan lief zijn en lief doen. Echte Liefde reikt verder!
Het is – ten volle – “G-d’s beminnen kunnen beminnen” (Psalm 27,4). Dan kan je er toe komen om op een gelijkaardige manier de ander – ook zij die jou haten – te beminnen. Misschien lijkt er geen beginnen aan, maar ik denk: er is wel een begin aan, maar geen einde. We zijn immers bestemd om met al onze vezels en tot in het diepst van ons wezen liefhebbende mensen te worden en dat kan, als we onze blik maar gericht houden op Jezus en net als hij radicaal kiezen voor die Liefde.

 

Mt.5,43-48 (27/2/2021)

Jullie hebben gehoord dat er gezegd is:
Je zult wie je nabij is daad-werkelijk liefhebben en je vijand haten. [Lev.19,18]
Maar ik zeg jullie:
Heb je vijanden daad-werkelijk lief,
zegen wie jou vervloekt,
doe goed aan wie jou haat
en bid voor wie jou vervolgt.
Dan worden jullie kinderen van de Vader in de hemelen, want hij laat zijn zon opgaan over slechten en goeden
en laat het regenen over integeren en niet-integeren.
Want als jullie [alleen] liefhebben wie jullie liefheeft, wat is dan je verdienste?
Doen de tollenaars [die hun eigen volk uitbuiten] niet hetzelfde?
En als jullie alleen je vrienden begroeten [= zegenen met vrede], wat doe je dan extra?
Doen de niet-Joden [die volgens de wet buiten Gods plan vielen] niet hetzelfde?
Wees dus volkomen integer zoals jullie Vader in de hemelen volkomen integer is.

 Het zal ietsje meer moeten zijn als we ons christen zijn au sérieux willen nemen, zegt Jezus.
Het is dan niet langer voldoende als je (alleen) liefhebt wie jou liefheeft,
dan zal je ook in relatie moeten gaan met diegene die zich vijandig opstellen naar jou toe.
Ietsje meer liefde dus. Liefde die óók gericht is op hen die jou het leven zuur maken, de grond in boren.
En, zegt Jezus, als je niet zou weten hoe dat moet, wel daad-werkelijk liefhebben doe je al zegenende (hen het beste toewensen), al goeddoende (zien wat hij/zij nodig heeft) en al biddende (hen in jouw gebed tot bij G-d brengen).
Maar vooral door gewoon te kijken naar G-ds liefde. Ze in jou toe te laten en te voelen hoe hij jou bemint.
Zijn liefde is immers bestemd voor iedereen. Je kan níets doen of laten om uit die liefde te vallen.
Als je – ten volle – “G-d’s beminnen zou kunnen beminnen”, dan kan je er toe komen om
op een gelijkaardige manier de ander – ook zij die mij haten – te beminnen.
Ja, dan zou ook ik die ‘Liefde’, dat ietsje meer, kunnen leven.

Mt. 5,43-48 (16/06/2020)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: 'Je hebt gehoord dat er gezegd is: je zult je naaste beminnen en je vijand haten.
Maar Ik zeg je: Bemint je vijanden en bidt voor wie je vervolgen, opdat jullie kinderen moogt worden van jullie Vader in de hemel,
die immers de zon laat opgaan over slechten en goeden en het laat regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. Want als je bemint die jou beminnen,
wat voor recht op loon heb je dan? Doen de tollenaars niet hetzelfde? En als je alleen je broeder groet, wat voor buitengewoons doe je dan?
Doen de heidenen dat ook niet? Weest dus volmaakt, zoals jouw Vader in de hemel volmaakt is.'

 Bemin je vijanden, zij die jou de grond in boren, het leven zuur maken … Dit vind ik één van de moeilijkst denkbare opdrachten
die het Evangelie mij kan geven. En toch wordt het me gevraagd. Als ik ‘G-d’ zichtbaar wil maken doorheen mijn leven zal ik met hen in relatie moeten gaan.
Er wordt niet gevraagd dat ik iedereen sympathiek vind, wel dat mijn liefde verder reikt dan mijn vrienden. Zelfs zo ver dat ze ook hen die mij haten bereikt.
Hoe kan ik ooit liefde bewijzen aan zij die mij klein willen krijgen? Het zou kunnen lukken als ik zou durven geloven (tot in het diepst van mijn wezen)
dat ‘G-d’ mij en íeder mens (zelfs mijn vijand) bemint.
Als ik ‘G-d’s beminnen ten volle zou kunnen beminnen. Dan kan ik er toe komen om op een gelijkaardige manier de ander - ja ook zij die mij haten - te beminnen.
Ja dan zou ook ik die ‘Liefde’ kunnen leven.
Maar stap voor stap. Eerst trachten me over te geven aan die ‘Liefde’. Me laten meenemen in het ontvangen van die ongelooflijke, onvoorwaardelijke goddelijke liefde
om ze dan misschien ooit te kunnen geven aan vriend én vijand.

Mt.6,1-6.16-18 (16/06/2021)

Hoed je ervoor je integriteit [gerechtigheid] niet te doen voor de mensen, zodat je zou gezien zijn door hen. Want dan vind je geen vergoeding bij je Vader in de hemel.
Wanneer je dus [een daad van] tederheid doet, bazuin dat dan niet voor je uit zoals de huichelaars [hypocritai, voorbij het oordeel] doen in de plaatsen van samenkomst [synagoge] en op straat, om door de mensen geëerd te worden.
Zeker, ik zeg jullie: Ze hebben hun loon al!
Maar als jij [een daad van] tederheid doet, moet je linkerhand niet weten wat je rechter doet, zodat je [daad van] tederheid in het verborgene blijft. En je Vader die in het verborgene ziet, zal je vergoeden.
En wanneer je bidt, wees dan niet zoals de huichelaars. Zij houden ervan te staan bidden in de synagogen en op de hoeken van de straten om zich te tonen aan de mensen.
Zeker, ik zeg jullie: Ze hebben hun loon al!
Maar als jij bidt, ga dan in je binnenkamer, sluit de deur en bid tot je Vader die in het verborgene is. En je Vader die in het verborgene ziet, zal je vergoeden.
En wanneer je vast, zet dan geen somber gezicht, zoals de huichelaars. Zij maken hun gezicht ontoonbaar om de mensen te tonen dat ze vasten.
Zeker, ik zeg jullie: Ze hebben hun loon al!
Maar als jij vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht om je niet als vastende te tonen aan de mensen, maar aan je Vader in het verborgene. En je Vader die in het verborgene ziet, zal je vergoeden.

We kunnen globaal wel stellen dat het voor Jezus altijd eerder om het innerlijk gaat dan om het uiterlijk. Dat was in het Oude Verbond eigenlijk ook al zo, maar gaandeweg waren de dingen omgedraaid geraakt (zoals dat zo makkelijk met mensen het geval is). En net dat wil Jezus weer ‘rechtzetten’.
Een innerlijke levensinstelling die met G-d van doen wil hebben, zal zich wel moeten vertalen naar de buitenwereld, maar als ik dat doe ‘voor het oog van die buitenwereld’, dan heb ik de dingen omgedraaid.
Als ik aan de ‘buitenkant’ leef, dan zijn mijn ‘goede daden aan anderen’ – misschien verrassend – veeleer op mezelf gericht:
Zonder de ‘beloning’ van de dank of de lof valt het al snel stil.
Van binnenuit leven is: Mij zó ver terugtrekken dat ik weer in staat ben G-ds oog(je) op mij te voelen.
En dan zal die stroom van voedende liefde wel overstromen naar anderen toe. Dan zal de innige tederheid die G-d voor mij heeft, dóórstromen in mijn omgaan met mensen. ‘Barmhartigheid’ heeft dan niets meer te maken met ‘betutteling’, maar wordt een pure uiting van waarachtige liefde.

 

Mt.6,1-6.16-18 (17/06/2020)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: 'Denkt erom: beoefent jouw gerechtigheid niet voor het oog van de mensen,
om de aandacht te trekken; anders heb jij geen recht op loon bij jouw Vader die in de hemel is.
Wanneer je dus een aalmoes geeft, bazuin het dan niet voor je uit, zoals de huichelaars doen in de synagoge en op straat,
opdat zij door de mensen geprezen worden. Voorwaar, Ik zeg je: Zij hebben hun loon al ontvangen.
Als jij een aalmoes geeft, laat jouw linkerhand dan niet weten wat jouw rechter doet, opdat je aalmoes in het verborgene blijve;
en jouw Vader die in het verborgene ziet zal het je vergelden.
Wanneer je bidt, gedraag je dan niet als de schijnheiligen die graag in de synagogen en op de hoeken van de straten staan te bidden
om op te vallen bij de mensen. Voorwaar, Ik zeg je: Zij hebben hun loon al ontvangen! Maar als jij bidt, ga dan in je binnenkamer,
sluit de deur achter je en bid tot jouw Vader, die in het verborgene is; en jouw Vader, die in het verborgene ziet, zal het je vergelden.
Wanneer jij vast, zet dan geen somber gezicht zoals de schijnheiligen, zij verstrakken hun gezicht om de mensen te tonen dat zij aan het vasten zijn.
Voorwaar, Ik zeg je: Zij hebben hun loon al ontvangen, maar als jij vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht om niet aan de mensen te laten zien
dat jij vast, maar vast voor jouw Vader die in het verborgene is en jouw Vader die in het verborgene ziet, zal het je vergelden!'

We kunnen globaal wel stellen dat het voor Jezus altijd eerder om het innerlijk gaat dan om het uiterlijk.
(Dat was in het Oude Verbond eigenlijk ook al zo, maar gaandeweg waren de dingen omgedraaid geraakt
(zoals dat zo makkelijk met mensen het geval is). En net dat wil Jezus weer ‘rechtzetten’.)
Een innerlijke levensinstelling die met G-d van doen wil hebben, zal zich wel moeten vertalen naar de buitenwereld,
maar als ik dat doe ‘voor het oog van die buitenwereld’, dan heb ik de dingen omgedraaid.
Als ik aan de ‘buitenkant’ leef, dan zijn mijn ‘goede daden aan anderen’ – misschien verrassend – veeleer op mezelf gericht:
Zonder de ‘beloning’ van de dank of de lof valt het al snel stil.
Van binnenuit leven is: Mij zó ver terugtrekken dat ik weer in staat bent G-ds oog(je) op mij te voelen.
En dan zal die stroom van voedende liefde wel overstromen naar anderen toe. Of daar dan loftuitingen op komen of niet, zal niets veranderen aan wat ik doe.

Mt. 6,1-6.16-18 (17/2/2021)

Hoed je ervoor je integriteit [gerechtigheid] niet te doen voor de mensen, zodat je zou gezien zijn door hen.
Want dan vind je geen vergoeding bij je Vader in de hemel.
Wanneer je dus [een daad van] tederheid doet, bazuin dat dan niet voor je uit zoals de huichelaars [hypocritai,
voorbij het oordeel] doen in de samenkomsten [synagoge] en op straat om door de mensen geëerd te worden.
Zeker, ik zeg jullie: Ze hebben hun loon al!
Maar als jij [een daad van] tederheid doet, moet je linkerhand niet weten wat je rechter doet,
zodat je [daad van] tederheid in het verborgene blijft. En je Vader die in het verborgene ziet, zal je vergoeden.
En wanneer je bidt, wees dan niet zoals de huichelaars.
Zij houden ervan te staan bidden in de samenkomsten en op de hoeken van de straten om zich te tonen aan de mensen.
Zeker, ik zeg jullie: Ze hebben hun loon al!
Maar als jij bidt, ga dan in je binnenkamer, sluit de deur en bid tot je Vader die in het verborgene is.
En je Vader die in het verborgene ziet, zal je vergoeden.
En wanneer je vast, zet dan geen somber gezicht, zoals de huichelaars.
Zij maken hun gezicht ontoonbaar om de mensen te tonen dat ze vasten. Zeker, ik zeg jullie: Ze hebben hun loon al!
Maar als jij vast, zalf dan je hoofd en was je gezicht om je niet als vastende te tonen aan de mensen,
maar aan je Vader in het verborgene. En je Vader die in het verborgene ziet, zal je vergoeden.

Dé standaardtekst voor de 1ste dag van de 40-daagse vastentijd. Terecht overigens! Nog steeds het lezen waard, ook na 2000 jaar;
nog steeds het overwegen waard, ook al dacht je hem van buiten te kennen; nog steeds het dóen waard, ook vandaag!
De klassieke 3 accenten hebben dit gemeen dat het essentieel over een innerlijk (“verborgen”) gebeuren gaat.
Dat betekent niet dat er niets concreets zou moeten mee gedaan worden of dat ze geen effect zouden hebben op onze omgeving.
Integendeel! Het is ermee als met de graankorrel: Alleen als ze zich durft verbergen in de aarde, zal ze openbarsten en overvloedig vruchten dragen. Waar ze blijft liggen om zichtbaar te zijn, zal er niets van voortkomen.
Van het aalmoezen geven, bidden en vasten, werd de eerste hier vertaald met “(een daad van) tederheid”.
Het Griekse eleèmosunè (waar ons woord aalmoes rechtstreeks van afkomstig is) heeft niets van doen met een betuttelend schaamlapje,
maar juist alles met ten diepste bewogen worden (afgeleiden van dit woord betekenen ook: de ingewanden én de baarmoeder!),
waardoor je zelf in beweging komt naar de ander toe. Het is een kracht, waar het leven van de één, leven voor de ander wordt – dát is wat tederheid bewerkt! Goddelijk!

p.s.: (Her)lees ook nog even de tekst voor deze Vastentijd