Verbonden Léven

Mt.5,38-42 (13/06/2022)

“Jullie hebben gehoord dat er gezegd is: Een oog voor een oog, een tand voor een tand. [Ex.21,24]
Ik echter zeg jullie: Bied geen weerstand tegen wie jou kwaad doet, maar als iemand jou op je rechterwang slaat, keer ook de andere naar hem toe. En als iemand je voor het gerecht wil dagen en je onderkleding afnemen, laat hem ook je bovenkleding. En als iemand je opeist één mijl met hem mee te gaan, ga er twee met hem mee.
Geef aan wie jou iets vraagt, en keer je niet af van wie iets wil lenen van jou.”

Wij kunnen denken dat wij ‘beschaafder’ handelen dan het oog-om-oog-principe. Maar 1° Als wij eerlijk naar onze innerlijke reacties durven kijken bij ons aangedaan kwaad, moeten we vaststellen dat het daar nog steeds heel levendig is – als er daar al geen sprake is van het ‘nog onbeschaafdere’ principe van de wraak. En 2° Eigenlijk is heel ons rechtssysteem op hetzelfde principe gebouwd, alleen vervangen wij de straf door iets anders: wij eisen geen oog, maar wel ‘schadevergoeding’ die daar rechtevenredig tegenover staat.
Wat Jezus ons vandaag in zíjn ‘grondwet’ vraagt, gaat opnieuw ver daar voorbij! “Bied geen weerstand tegen wie jou kwaad doet.”
Je zou hem ervan kunnen verdenken dat hij het kwaad dan maar zijn beloop laat. Gelukkig weten we uit zijn leven dat hij dat níet doet! Noch in zijn dagelijkse omgang met mensen – ook ‘kwaden’, noch in de afloop van zijn leven. Vooral in dat laatste is het heel duidelijk: ‘geen weerstand bieden’ is wellicht nog de grootste weerstand! Je ontneemt het kwaad haar macht als je het niet je innerlijk laat overmeesteren! Kwaad wordt niet door kwaad overwonnen, maar alleen door goedheid …

 

Mt.7,6.12-14 (21/06/2022)

Geef het heilige niet aan de honden, en werp je parels niet voor de varkens [honden en varkens werden als onrein gezien], opdat zij ze niet met hun poten vertrappen, zich tegen je keren en je verscheuren.
Dus alles wat je zou willen dat mensen voor jou doen, doe dat voor hen. Dat is wet en profeten!
Ga binnen door de nauwe poort, want breed is de poort en ruim de weg die leidt naar de ondergang en velen gaan daarlangs naar binnen.
Maar nauw is de poort en smal de weg die leidt naar het leven, en weinigen vinden haar.

Drie spreuken. Ze lijken wat los te staan van elkaar, en toch... gaan ze alle drie over een manier van samen-leven die ‘heilig’ is en wat ‘heilig’ is, moeten we ‘be-waren’.
“Alles wat je zou willen dat mensen voor jou doen, doe dat voor hen. Dit consequent doorleven, wat zou dat betekenen? Zou de wereld er anders uitzien als iedereen deze suggestie zou volgen? Hoe gaan we om met familie, vrienden, collega’s, vreemdelingen en mensen aan de rand staan van de maatschappij? Zou ons gedrag anders zijn vanuit die stelregel? Deze zogeheten ‘gouden regel’ is wellicht zo uitdagend omdat hij zo eenvoudig is. Het is geen rechtsregel, wel een oproep tot actieve en betrokken liefde. Het is een weg (wet) om te gaan, hoe nauw ook, maar hij voert naar Léven, daar kan je vanop aan!

 

Mt.9,9-13 (1/07/2022)

Jezus ging van daar verder en zag een zekere Matteüs bij het tolhuis zitten. “Volg mij,” zei hij tegen hem, en hij stond op en volgde Jezus.
Jezus ging in op zijn uitnodiging voor een afscheidsmaal. En kijk: Veel tollenaars en zondaars kwamen ook en lagen mee aan tafel met Jezus en zijn leerlingen. Toen de Farizeeën dit zagen, insinueerden ze tegen zijn leerlingen: “Waarom eet die meester van jullie met tollenaars en zondaars?” Maar Jezus had dit gehoord en antwoordde: “Niet de gezonden hebben een dokter nodig, maar de zieken. Ga, en onderzoek wat dit wil zeggen. Mededogen wens ik, geen holle offers. Niet om de rechtvaardigen te roepen, ben ik gekomen, maar de zondaars.”

Kort maar krachtig zegt Jezus: “Volg mij.” Hiervoor zijn geen holle offers nodig maar mededogen. Ga, en heb oog voor de ‘zieken’, zij hebben een ‘dokter’ nodig. Zij hebben nood aan mededogen. Jammer genoeg dreigt mededogen hoe langer hoe meer een vergeten woord te worden. (Is het een vergeten woord geworden, of wordt er niet meer voor gekozen zodat het woord overbodig wordt?)
Mededogen vertrekt vanuit het besef dat wij mensen fundamenteel allemaal hetzelfde verlangen, nl. erkend, gerespecteerd en bemind te worden. Het staat lijnrecht tegenover het wij-zij-denken dat meent mensen te mogen opdelen in twee soorten, goede en slechten – de voedingsbodem voor heel wat conflicten.
Jezus kiest voor mededogen als levenshouding van waaruit hij kan zeggen: “Maak je om mij geen zorgen, maar die en die daar, dat kind, die oude vrouw, die jongen in de gevangenis, daar gaat het niet goed mee, voor hen moet je zorgen.” Hij vindt mensen belangrijker dan zichzelf en eigenlijk vraagt hij niets anders dan: kijk toch hoe ongelooflijk prachtig en kostbaar ieder mens gemaakt is; wees ‘in godsnaam’ voorzichtig met elkaar; zorg voor elkaar. En hij roept ons op: “Volg mij! Ik wens je mededogen toe.”

Mt.5,20-25 (11/03/2022)

“Ik zeg jullie: Als je integriteit die van de schriftgeleerden en farizeeën niet overschrijdt, zul je niet binnengaan in het koningschap van de hemelen.
Jullie hebben gehoord dat er gezegd is tot die-van-het-begin: Je zult niet doden [Ex.20,13]; wie doodt moet onderworpen worden aan het oordeel. Ik echter zeg jullie: Ieder die vertoornd is op zijn medemens moet onderworpen worden aan het oordeel; wie zijn medemens uitscheldt, moet onderworpen worden aan de raad [locale of supralocale rechtszetel]; wie zijn medemens verwenst, moet onderworpen worden aan de gehenna van het vuur.
Wanneer je je gave naar het altaar brengt en daar herinner je je dat je medemens iets tegen je heeft, laat dan je gave voor het altaar daar, ga je dan eerst verzoenen met je medemens en kom dan met je gave. Wees voortdurend geneigd je tegenstander tegemoet te komen zolang je met hem onderweg bent, zodat hij je niet overlevert aan de rechter, de rechter vervolgens aan de gerechtsdienaar en je in de gevangenis wordt geworpen.

Gewoonlijk horen we dit Evangelie als: “Als je gerechtigheid die van de schriftgeleerden …” ‘Gerechtigheid / rechtvaardigheid’ is hier vertaald met ‘integriteit’. Dat is omdat in ons taalgebruik het woord ‘rechtvaardigheid’ nogal in de hoek zit van wat ‘juist’ is volgens de wet, wat correct is volgens het recht. Maar dat is nu net waar Jezus zo vaak tégen reageert. De schriftgeleerden etc. handelden maar al te zeer ‘volgens het recht’ – en haalden daarmee de ziel uit de Torah, die nooit bedoeld was als ‘wet’, maar als richtingwijzer, als kompas. De concrete handelingen van daaruit moesten bepaald worden door bezielde mensen die zich lieten leiden door dat kompas.
Bijbelse ‘rechtvaardigheid’ is dus niet ‘deskundig worden in het recht’, maar ‘vaardig worden in wat de rechte weg naar G-ds droom is volgens het kompas’. Ons woord ‘integriteit’ drukt dat wat beter uit.
Jezus’ radicalisering, die we hier in enkele voorbeelden horen, is er dus geen van ‘meer wet’, maar wel van ‘meer ziel’, integriteit in de overtreffende trap!

Mt.5,43-48 (14/06/2022)

Jullie hebben gehoord dat er gezegd is: Je zult wie je nabij is daad-werkelijk liefhebben en je vijand haten. [Lev.19,18]
Ik echter zeg jullie: Heb je vijanden daad-werkelijk lief, zegen wie jou vervloekt, doe goed aan wie jou haat en bid voor wie jou vervolgt. Dan worden jullie kinderen van de Vader in de hemelen, want hij laat zijn zon opgaan over slechten en goeden en laat het regenen over integeren en niet-integeren.
Want als jullie [alleen] liefhebben wie jullie liefheeft, wat is dan je verdienste? Doen de tollenaars [die hun eigen volk uitbuiten] niet hetzelfde? En als jullie alleen je vrienden begroeten [= zegenen met vrede], wat doe je dan extra? Doen de niet-Joden [die volgens de wet buiten Gods plan vielen] niet hetzelfde?
Wees dus volkomen integer zoals jullie Vader in de hemelen volkomen integer is.

Wat is ‘volkomen integriteit’? Dat is een minder makkelijke vraag dan het lijkt. De kans is groot dat we het al snel invullen met een eigen ideaalbeeld, zonder dat het gaat om wat integriteit ís. Wij zijn immers mensen, en alleen G-d is ‘volkomen integer’. Wél is er de uitnodiging om ook in dat spoor te leven!
In elk van de uitspraken van Jezus vandaag kunnen we iets lezen over wat integriteit ís. Ik haal er maar één uit: “G-d laat zijn zon opgaan over slechten en goeden.” Dat ziet er zeer ‘onschuldig’ uit, maar heeft verstrekkende gevolgen als wij dat in ons leven willen toepassen. Dan doe ik iets sowieso, zonder mij vooraf af te vragen voor wie ik het doe. Dan ga ik met de lastige collega even vriendelijk om als met de gemakkelijke. Dan ga ik uit van de goede intenties, niet alleen van mijn lieve partner, maar ook van mijn vervelende buur. Dan kies ik voor het liefhebben van de mens, ook als hij dwaze dingen doet. … Je ziet wel dat het een eindeloze rij niet-vanzelfsprekende keuzes wordt.
Maar is het nu niet net dit ‘extra’ dat Jezus van ons vraagt?

Mt.7,1-5 (20/06/2022)

Oordeel niet, opdat je niet geoordeeld wordt. Want met het oordeel waarmee jij oordeelt, zul je geoordeeld worden, en met de maat waarmee jij meet, zul je gemeten worden.
Wat kijk je naar de splinter in het oog van je mede-mens, terwijl in je eigen oog je de balk niet ziet?
Of hoe kun je tegen je mede-mens zeggen: Laat mij de splinter uit je oog verwijderen, terwijl er een balk in je eigen oog zit.
Dubbelzinnigaard [hypocritès / buiten de onderscheiding], verwijder eerst de balk uit je eigen oog en dan zul je helder zien om de splinter uit het oog van je mede-mens te verwijderen.

Oordelen en geoordeeld worden, meten en gemeten worden, … het zijn typisch menselijke bezigheden (de vogels en de lelies doen het blijkbaar anders, lazen we enkele dagen terug). Op zich is daar niks mis mee. We zijn immers bedoeld om méns te worden. Maar wil ik mens worden naar G-ds beeld dan kan dit stukje uit de Bergrede mij op weg zetten. Ik zal aan zelf-evaluatie moeten doen! Als ik niet langer dubbelzinnig wil leven zal ik de vensters waardoor ik naar de wereld kijk schoon moeten maken. Ik zal ervoor moeten zorgen dat ik helder naar de wereld kán kijken. Dus tijd om aan de slag te gaan en mijn vuile vlekken, het stof en de splinters (negativiteit, wantrouwen, …) te verwijderen. Het zal me een beter zicht geven op mezelf en op de ander. Het zal ruimte geven om de mens tegenover mij tegemoet te gaan met een heldere, open blik en dat geeft op zijn beurt weerom groeikansen, voor de ander maar nog veel meer voor mezelf.
En… ook G-ds licht (zijn logica, vertrouwen, hoop, …) zal bij mij kunnen binnenstromen en – door mij heen – verder stromen naar de ander.