Verbonden Léven

Joh.14,21-26 (3/5/2021) 

Wie mijn wijzingen be-waar-t [= vasthouden door waar te maken], die is het die mij daad-werkelijk liefheeft. En wie mij daad-werkelijk liefheeft, hem(/haar) zal mijn Vader daad-werkelijk liefhebben. En ik zal hem daad-werkelijk liehebben en mijzelf aan hem openbaren.
Judas, niet die van Keriot, vroeg hem: “Heer, hoe komt het dat je je wel aan ons zult openbaren en niet aan de wereld?”
Jezus antwoordde hem: “Als iemand mij liefheeft, zal hij mijn woord be-waren en mijn Vader zal hem liefhebben, en wij zullen bij hem komen en ons verblijf bij hem maken. Wie mij niet liefheeft, maakt mijn woorden niet waar. En het woord dat je hoort, is niet míjn woord, maar dat van mijn Vader, door wie ik gezonden ben.
Deze dingen heb ik tegen jullie gezegd terwijl ik bij jullie verbleef. Later zal de medestander, de heilige Geest die de Vader zal zenden in mijn naam, jullie alles leren en in her-innering brengen wat ik tegen jullie heb gezegd.

Dat de klassieke tweedeling actief-contemplatief geenszins als een tegenstelling mag begrepen worden, wordt in deze aanwijzingen van Jezus voor zijn leerlingen heel duidelijk.
De meest innige verbondenheid die iemand met G-d kan hebben, gaat over een liefde die daad-werkelijk is. Niet voor niets staat het woord zo nadrukkelijk geschreven. Geen vroom gezweef, maar een dynamische, uitstromende liefde. Ruusbroec zei: doorstromende liefde: G-ds liefde ontvangen en door je heen laten stromen tot bij de ander. Jezus was ‘een suver conduut’, de puurste ‘doorstroming’ van de goddelijke liefde naar de mensen – en zijn wijzing (‘gebod’ klinkt eigenlijk teveel als een ‘moeten’, terwijl het een liefdesuitnodiging is) aan zijn leerlingen is dezelfde weg op te gaan.
Hetzelfde geldt voor het ‘bewaren van zijn woord’. Dat kan nogal ‘conservatief’/passief klinken. Maar het woord ‘bewaren’ zelf draagt veel meer in zich: Je behoudt het niet door het alleen maar te bemediteren! Alleen wie het waar máákt, behoudt het.
Zó, in de daad-werkelijke liefde en het be-waren van het woord, verblijft G-d ín ons!

 

Dinsdag (12/05/2020)

Joh.14,27-31a

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: 'Vrede laat ik u na; mijn vrede geef ik u. Niet zoals de wereld die geeft geef ik haar u.
Laat uw hart niet verontrust of kleinmoedig worden. Gij hebt mij horen zeggen: ik ga heen maar ik keer tot u terug.
Als gij mij zoudt liefhebben zoudt gij er blij om zijn dat ik naar de Vader ga want de Vader is groter dan ik.
Nu, eer het gebeurt, zeg ik het u, opdat gij wanneer het gebeurt zult geloven. Veel zal ik niet meer met u spreken
want de vorst van de wereld is op komst. Weliswaar vermag hij niets tegen mij, maar de wereld moet weten dat ik de Vader liefheb
en dat ik handel zoals hij mij bevolen heeft.'

Als je een definitie moet geven van ‘vrede’, zul je wellicht eerst uitkomen op ‘afwezigheid van oorlog’. Dat is op zich natuurlijk juist, maar gaat alleen over een úiterlijke vrede.
Jezus zegt: “Niet zoals de wereld vrede geeft, geef ik die aan jullie.” De vrede die Jezus bedoelt, is een ínnerlijke vrede, waar de ‘oorlogen’ die in ons binnenste woeden,
tegen allerlei mensen en situaties rondom ons én ook tegen onszelf, éindelijk neergelegd worden.
“Laat je hart niet verontrust worden.” Niets uit die wereld kan je deren, als je leeft in Verbinding met de Vader, want “de wereld vermag niets tegen hem”.
Allemaal goed en wel, denk je wellicht, maar hoe dóe je dat?
De vrede van Jezus start bij te-vrede-nheid. Dit is geen defaitistische houding van je maar neerleggen bij alles. Neen, het is een ‘actief over je heen laten komen’ van Gods liefde.
Moeilijke situaties zullen moeilijk blijven; soms dienen ze ook te veranderen (met de kracht van de liefde lukt dat overigens beter dan ‘in oorlog’).
Maar levend in Gods liefde mogen wij in álle omstandigheden te-vrede-n zijn!

Joh.14,27-31a (4/5/2021)

Vrede laat ik jullie na. Míjn vrede geef ik jullie, niet zoals de wereld die geeft.
Ik geef haar jullie, laat je hart dus niet verontrust raken en wees niet bang!
Je heb gehoord dat ik jullie zei: Ik ga heen en kom naar jullie terug. Als je mij daad-werkelijk zou liefhebben, zou je verheugd zijn dat ik naar de Vader ga, want de Vader is groter dan ik. En ik zeg jullie dit vóór het gebeurt, opdat wanneer het gebeurt, je zou vertrouwen.
Veel zal ik met jullie niet meer kunnen bespreken, want de heerser van deze wereld komt. Hij heeft geen macht over mij, maar zo zal de wereld leren kennen dat ik de Vader liefheb en handel zoals de Vader mij gewezen heeft.

Jezus geeft ons vrede! Er staat niet: ‘zal’ … of ‘zou’ …, neen, het staat er in de bevestigende zin: Hij gééft het. Punt uit. Dus zou het vervolg even bevestigend mogen zijn: “Laat je hart dus niet verontrust worden en wees niet bang!”
Als we toch soms verontrust of bang zijn (wat we als mens natuurlijk doen), dan is het omdat we ons nog teveel laten leiden door ‘de wereld’. De vrede die ‘de wereld’ biedt, is een vrij oppervlakkige, zó er wel of weer niet, bij de minste zucht (van buiten mij of van binnenin mij) weer verbroken. Dat komt omdat de aan- of afwezigheid van de wereldse vrede meestal afgemeten wordt aan materiële dingen (welvaart – wat iets anders is dan welzijn).
Jezus’ vrede is daarentegen verre van oppervlakkig, maar juist een diep innerlijk gebeuren. Ze hangt helemaal samen met het leven-IN-vertrouwen! Dat is niet afhankelijk van al of niet aanwezige materiële dingen of bepaalde situaties. Nee, als we leven-IN-vertrouwen, te-vrede-n zijn, dan is élke situatie ons gegeven als een kans tot ontmoeting met de a/Ander!
Jezus gééft ons dus díe vrede. Ik heb ze maar op te nemen en er dankbaar om te zijn …

 

Donderdag (23/07/2020)

Joh. 15,1-8

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer.
Elke rank aan Mij die geen vrucht draagt, snijdt Hij af; en elke rank die wel vrucht draagt zuivert Hij,
opdat zij meer vrucht mag dragen. Jullie zijt al rein dank zij het woord dat Ik tot jullie gesproken heb.
Blijft in Mij, zoals Ik in jou. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf,
maar alleen als zij blijft aan de wijnstok, zo jij evenmin, als jij niet blijft in Mij.
Ik ben de wijnstok, jullie de ranken. Wie in Mij blijft, zoals Ik in hem, die draagt veel vrucht,
want los van Mij kunnuen jullie niets. Als iemand niet in Mij blijft, wordt hij weggeworpen als de rank en verdort;
men brengt ze bij elkaar, gooit ze in het vuur, en ze verbranden.
Als jij in Mij blijft en mijn woorden in jou blijven, vraagt dan wat je wilt en je zult het krijgen.
Hierdoor wordt mijn Vader verheerlijkt, dat jij rijke vruchten draagt; zo zal jij mijn leerlingen zijn. 

“Ik ben de wijnstok, zegt Jezus, en jullie zijn de ranken.” Jezus verbeeldt zichzelf als stam,
de kern of het levenselixer dat stroomt en leven geeft. Een leven dat mij toestroomt, in verbinding brengt met Hem.
Zo wordt mij duidelijk dat ik of beter dat mijn diepste kern niet mij toebehoort. Neen, het komt me toe, stroomt in mij.
Mijn diepste wezen is ‘toebehoren’, ‘verbondenheid’, ‘relatie’. Ook al steek ik veel tijd en energie in het ontplooien van mezelf,
en ook al pronken wij zo graag met onze hard bevochten autonomie en zijn we vaak overtuigd van de maakbaarheid van ons leven,
toch ben ik in mijn diepste kern ‘van een Ander’. En ik word pas mens, ik word pas ik, als ik mij durf over te geven
en mij laat doorstromen met een leven dat gegeven wordt.
Echt leven wordt dan: ademen, bewonderen, ontvangen, genieten van al wat mij onverwacht en onverdiend wordt gegeven.
Echt leven zal ik maar als ik me durf toe te vertrouwen, durf te verbinden met die stroom van Léven.

Joh 15,1-8  (13/05/2020)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: 'Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer.
Elke rank aan mij die geen vrucht draagt snijdt hij af; en elke die wel vrucht draagt zuivert hij,
opdat zij meer vrucht mag dragen. Gij zijt al rein dankzij het woord dat ik tot u gesproken heb.
Blijft in mij dan blijf ik in u. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf maar alleen als zij blijft aan de wijnstok,
zo gij evenmin als gij niet blijft in mij. Ik ben de wijnstok, gij de ranken. Wie in mij blijft terwijl ik blijf in hem
die draagt veel vrucht, want los van mij kunt gij niets. Als iemand niet in mij blijft wordt hij weggeworpen als de rank en verdort;
men brengt ze bij elkaar, gooit ze in het vuur en ze verbranden. Als gij in mij blijft en mijn woorden in u blijven
vraagt dan wat gij wilt en gij zult het krijgen. Hierdoor wordt mijn Vader verheerlijkt dat gij rijke vruchten draagt;
zo zult gij mijn leerlingen zijn.'

Vandaag opnieuw een ‘ik ben’ formule die voor ons zo misleidend is. Als westerlingen zeggen we: ik ben die of die, ik ben zo oud, ik ben de zoon of dochter van, ik ben van alles en nog wat.
In de Hebreeuwse denkwereld echter schuiven ‘ik ben’ en ‘ik doe’ helemaal over elkaar heen. Ik ben wat ik doe en wat ik niet doe, ben ik niet.
‘Ik ben’ wil dan zeggen: aanwezig-zijn, begaan-zijn, verbonden-zijn. In die denkwereld leeft ook Jezus: hij is wat hij doet en hij doet wat hij is.
Nu klinkt er opnieuw ‘ik ben’ maar wel in verbondenheid met jou, als jij blijft in mij. “Wie in mij blijft terwijl ik blijf in hem die draagt veel vrucht.”
Ik ‘ben’ in wederzijdse verbondenheid. Ik doe ertoe in jouw leven en jij doet ertoe voor mij. Zo gaan wij op een wonderlijke, vriend-achtige manier voor elkaar bestaan.
Los van elkaar zal de rank verdorren. Verbonden met de Wijnstok zullen er vruchten zijn. Vruchten van verbondenheid.

Joh.15,1-8 (5/5/2021)

Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijngaardenier. Elke rank die in mij geen vrucht draagt, haalt hij weg, en elke die wel vrucht draagt, snoeit/zuivert hij opdat ze meer vrucht zou dragen.
Jullie zijn al gesnoeid/gezuiverd door het woord dat ik tegen jullie gesproken heb.
Verblijf in mij – zoals ik in jullie. Zoals de rank geen vrucht kan dragen uit zichzelf als hij niet verblijft in de wijnstok, zo ook jullie niet als je niet verblijft in mij.
Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Wie in mij verblijft – zoals ik in hem, die draagt veel vrucht. Want zonder mij kunnen jullie niets.
Als iemand niet verblijft in mij, is hij buitengeworpen, zoals de rank, en verdord. Men verzamelt ze om in het vuur te gooien en te worden verbrand.
Als jullie in mij verblijven en mijn woorden in jullie verblijven, vraag dan wat je wil en het zal je gebeuren. Hierin toont zich de grootheid van mijn Vader: dat jullie veel vrucht dragen en mijn leerlingen worden.

Jezelf ontplooien, tonen wat je in je mars hebt, alles onder controle houden, … het zijn stuk voor stuk thema’s die in onze huidige maatschappij heel veel aandacht krijgen. Als tegenstem mag hier het beeld van de wijnstok met zijn ranken klinken. Jezus biedt zich aan als relatie, als wijnstok om ons op te enten, ons mee te verbinden. “Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken.” Hij is de stam, de kern of de levensader die stroomt en leven geeft.
Het beeld vertelt mijns inziens iets over ons diepste wezen, nl. dat wij niet toebehoren aan onszelf, maar dat ons diepste zijn ‘toebehoren’ is. Dit beeld illustreert dat wij in wezen ‘van een Ander’ zijn. Willen we als rank leven, dan zullen wij ons moeten laten volstromen met levensadem, met leven dat gegeven wordt.
Zó leven, verbonden met of geënt op die wijnstok, doorbreekt de eenzaamheid waaraan wij (zeker op dit moment) lijden en het zal veel vrucht dragen. Tenminste als we het aandurven om ons te laten volstromen.