Verbonden Léven

Joh. 2,13-22 (9/11/2020)

Pesach, het Joodse Paasfeest, was nabij en Jezus ging op naar Jeruzalem.
Op het tempelplein trof hij de verkopers van runderen, schapen en duiven aan en ook de geldwisselaars.
Hij maakte van touwen een zweep en dreef allen de tempel uit, met hun schapen en runderen.
De tafels van de geldwisselaars wierp hij om en hun munten rolden over de grond. Tegen de duivenverkopers zei hij:
“Doe dat weg van hier! Maak van het huis van mijn Vader geen marktplaats!”
Zijn leerlingen her-innerden zich dat er geschreven staat: De ijver voor jouw huis heeft mij verteerd. [Ps.69,10]
Enigen uit de omstaanders ondervroegen hem nu: “Welk teken kun jij ons tonen dat je zoiets mag doen?”
Jezus antwoordde hen: “Verwoest het binnenste van deze tempel en in drie dagen zal ik het doen verrijzen.”
Zij zeiden nu: “Zesenveertig jaar is er aan deze tempel gebouwd en jij zult hem in drie dagen doen verrijzen?”
Maar hij sprak over het binnenste van de tempel dat zijn lichaam was.
Toen hij later uit de doden verrezen was, her-innerden zijn leerlingen zich dat hij dit gezegd had,
en zij vertrouwden op de Schrift en op het woord dat Jezus had gesproken.

Wat staat er op het spel als ‘Heilige ruimtes’, tempels (kerken) omgevormd worden tot marktpleinen of als economie de overhand krijgt op leven?
Dan verdwijnen die – economisch gezien nutteloze – ruimtes waar
- alle menselijke activiteit mag stilvallen
- je welkom bent in al je broosheid, je kwetsbaarheid, je gebrokenheid.
- je weggetrokken wordt uit jezelf en uit de drang om het eigen leven in veiligheid te brengen.
- je thuis mag komen bij de Bron van Léven.
- gebeden wordt en je uitgenodigd wordt om binnen te treden in de Liefdesrelatie met G-d.
Voor het behoud van zulke ruimtes komt Hij op. Hij (en wij?) heeft immers weet van
een ‘G-d’ die wérkelijk een G-d van Léven is (daarom kan Hij spreken van doen verrijzen in drie dagen).
En wij mogen op die plekken ons her-inneren dat er dan geen dood is – of doodse dingen – niet in ons, niet in onze medemensen en niet in eender welke situatie.
Stel dat deze plekken inderdaad dreigen te verdwijnen. Je zou van minder boos worden!

Joh.3,1-8 (12/4/2021)

Er was iemand uit de farizeeën, een overste van de Joden [lid van de Hoge Raad / Sanhedrin], met de naam Nikodemus, die ’s nachts naar Jezus kwam en hem zei: “Rabbi [meester], wij weten dat jij als leraar vanwege God bent gekomen, want niemand is zo vol-macht de tekenen te doen die jij doet als God niet met hem is.”
Jezus antwoordde hem: “Amen, amen, ik zeg je: Als iemand niet nieuw geboren wordt, is hij niet bij machte het koningschap van God te zien.”
Nikodemus vroeg hem: “Hoe kan een mens nog geboren worden als hij al een oude man is? Hij kan toch niet opnieuw in de schoot van zijn moeder om een tweede keer geboren te worden?”
Jezus antwoordde: “Amen, amen, ik zeg je: Als iemand niet geboren wordt uit water en geest [pneuma/ruach], is hij niet bij machte het koningschap van God binnen te gaan. Wat geboren wordt uit het vlees, is vlees; wat geboren wordt uit de geest-adem, is geest-adem. [pneuma/ruach] Verwonder je niet dat ik zei ‘het is nodig nieuw geboren te worden’. De wind [pneuma/ruach] waait waarheen het zijn bedoeling is. Je hoort zijn geluid, maar je weet niet vanwaar hij komt of waarheen hij gaat. Zo is het met ieder die geboren wordt uit de geest-adem. [wind/pneuma/ruach]

Jezus’ doen en laten intrigeert Nikodemus en hij (een theologisch opgeleid, vooraanstaand lid van het Sanhedrin) trekt naar hem toe. Hij voelt dat Jezus’ vol-macht vertrekt vanuit een andere (vernieuwende?) kijk op de Thora. Klopt, zegt Jezus, maar dat inzicht komt van Elders en vraagt om een tweede geboorte. Krasse taal waarmee hij wil zeggen: Je mag alles wat je hebt geleerd en meent te weten, wissen om helemaal opnieuw te beginnen. Of met andere woorden: Leef niet langer volgens vastgelegde voorschriften maar laat je drijven door de wind. Laat G-d de open ruimte worden waarin jouw leven zich afspeelt.
Jezus nodigt hem (en ons) uit om de geboorte van het ‘ik’ te overstijgen: Hij roept op om een heel nieuw begin te maken waarbij je jezelf – zoals je bent geworden – loslaat en je overgeeft aan de ‘geest-adem’. Léven-IN-vertrouwen dus.
Dat is niet zomaar een nuance van een vertrouwde theologie, maar een radicale breuk en een onbekende weg waar de bedachtzame Nikodemus voor terugdeinst.
Ervaren wij ook niet die terughoudendheid om ons te laten drijven op de wind en ons toe te vertrouwen aan die goddelijke vonk, die in ieder van ons wil doorbreken?

Joh. 3,1-8 (20/4/2020)

Er was onder de Farizeeën iemand die Nikodemus heette. Hij behoorde tot de voornaamste van de Joden. Eens kwam deze in de nacht bij Jezus en zei:
'Rabbi, wij weten dat gij van Godswege als leraar gekomen zijt, want niemand kan die tekenen doen die gij verricht als God niet met hem is.'
Jezus gaf hem ten antwoord: 'Voorwaar, voorwaar, ik zeg u: als iemand niet wedergeboren wordt kan hij het Rijk Gods niet zien.' Nikodemus zei tot hem:
'Hoe kan een mens geboren worden als hij al oud is? Kan hij soms in de schoot van zijn moeder terugkeren en opnieuw geboren worden?' Jezus antwoordde:
'Voorwaar, voorwaar, ik zeg u: als iemand niet geboren wordt uit water en geest kan hij het Rijk Gods niet binnengaan.
Wat geboren is uit het vlees is vlees en wat geboren is uit de Geest is geest. Verwonder u niet dat ik u zei: gij moet opnieuw geboren worden.
De wind blaast waarheen hij wil; gij hoort wel zijn gesuis maar weet niet waar hij vandaan komt, en waar hij heengaat; zo is het met ieder die geboren is uit de Geest.'

 Midden in de nacht komt Nikodemus bij Jezus en spreekt hem aan. 'Rabbi, wij weten dat gij van Godswege als leraar gekomen zijt, want niemand kan die tekenen doen
die gij verricht als God niet met hem is.' De man intrigeert hem. Wie is hij toch? Misschien wil hij hem wel volgen. Maar hoe?
Nikodemus

De kunstenaar Gustav Hagelstange maakte hiervan een kleien beeld.
Twee stille gestalten, zittend naast elkaar, op blote voeten (symbool voor het op weg gaan met God).
Lichtjes buigt Nikodemus het hoofd naar Jezus toe en luistert.
Met lege ogen kijkt hij voor zich uit. Hij staart in de verte, begrijpt nog niet wat hij zojuist gehoord heeft. Hij aarzelt, ziet het nog niet.
Jezus’ ogen zijn neergeslagen. In zichzelf gekeerd wacht hij af, luistert naar woorden die in hem opwellen om gesproken te worden.
Zijn handen spreken, zegenen. Ze lijken Nikodemus in de goede richting te leiden en te zeggen ga maar, vertrouw op mij.
Geef je over aan de Ruach, Gods Geest die leven geeft en jou de levens-adem inblaast. Durf het aan om opnieuw geboren te worden.

Durft hij het aan? Durf ik het aan?

Joh.2,13-25 (7/3/2021) 

Pesach, het Joodse Paasfeest, was nabij en Jezus ging op naar Jeruzalem.
Op het tempelplein trof hij de verkopers van runderen, schapen en duiven aan en ook de geldwisselaars.
Hij maakte van touwen een zweep en dreef allen de tempel uit, met hun schapen en runderen.
De tafels van de geldwisselaars wierp hij om en hun munten rolden over de grond.
Tegen de duivenverkopers zei hij: “Doe dat weg van hier! Maak van het huis van mijn Vader geen marktplaats!”
Zijn leerlingen her-innerden zich dat er geschreven staat: De ijver voor jouw huis heeft mij verteerd. [Ps.69,10]
Enigen uit de omstaanders ondervroegen hem nu: “Welk teken kun jij ons tonen dat je zoiets mag doen?”
Jezus antwoordde hen: “Verwoest het binnenste van deze tempel en in drie dagen zal ik het doen verrijzen.”
Zij zeiden nu: “Zesenveertig jaar is er aan deze tempel gebouwd en jij zult hem in drie dagen doen verrijzen?”
Maar hij sprak over het binnenste van de tempel dat zijn lichaam was.
Toen hij later uit de doden verrezen was, her-innerden zijn leerlingen zich dat hij dit gezegd had,
en zij vertrouwden op de Schrift en op het woord dat Jezus had gesproken.

Toen hij in Jeruzalem was tijdens het Pesach-feest, kregen velen vertrouwen in zijn naam
bij het zien van de tekens die hij telkens stelde. Maar Jezus zelf vertrouwde zich niet toe aan hen,
omdat hij inzicht had in de mens. Het was niet nodig dat iemand hem daarover betuigde, want hij wist zelf wat er in de mens is.

De evangelist Johannes komt al heel vroeg in zijn Jezus-relaas met dit cruciale gebeuren aanzetten. In zijn weergave van de dingen is Jezus amper begonnen met zijn openbaar leven, of in het centrum van de religieuze beleving gaat hij op een ongehoorde wijze tekeer. Blijkbaar ziet Johannes hier iets weerspiegelt wat voor hem de kern van Jezus’ boodschap uitmaakt.
Als Jezus spreekt van ‘het huis van mijn Vader’ (en niet over ‘de tempel’) is het duidelijk dat hij daarmee iets affectiefs, relationeel bedoelt: het is een plek bij uitstek voor de ontmoeting tussen G-d en mens. Als hij er dus de verkopers etc. uitjaagt, dan is dat natuurlijk omdat dat helemaal niets meer van doen heeft met die God-menselijke ontmoeting. Dan is ‘het huis van mijn Vader’ niet eens geen tempel meer, maar een marktplaats.
Vastentijd is misschien een goede tijd om eens ‘schoon schip te maken’ in mijn leven met alles wat daarin níet gericht is op die God-menselijke ontmoeting …

 

Joh. 3,7-15 (13/4/2021)

[Jezus ging verder tegen Nikodemus:] Verwonder je niet dat ik zei ‘het is nodig nieuw geboren te worden’. De wind [pneuma/ruach] waait waarheen het zijn bedoeling is. Je hoort zijn geluid, maar je weet niet vanwaar hij komt of waarheen hij gaat. Zo is het met ieder die geboren wordt uit de geest-adem. [wind/pneuma/ruach]
Nikodemus bleef vragen: “Maar hoe kan dat gebeuren?
Jezus antwoordde hem: “Jij bent een leraar van Israël en je weet dat niet? Amen, amen, ik zeg je: Wij zeggen dat wat wij weten en over wat wij gezien hebben, getuigen wij. Maar ons getuigenis nemen jullie niet aan. Als jullie al geen vertrouwen stelt in wat ik zeg over de aardse dingen, hoe zul je dan vertrouwen als ik spreek over de hemelse? Nooit is iemand opgeklommen naar de hemel als hij niet uit de hemel is neergedaald. Zo is de mensenzoon in de hemel.”
“Zoals Mozes in de woestijn de slang heeft omhoog geheven, zo moet de mensenzoon omhoog worden geheven [op het kruis], opdat al wie vertrouwende ín hem is, niet verloren gaat, maar het volle leven heeft.

Gisteren hadden Jezus en Nikodemus het over opnieuw geboren worden en je toevertrouwen aan die ongrijpbare geest-adem. Vandaag gaat het gesprek over aardse en hemelse dingen.
Ook nu heeft Nikodemus moeite om Jezus te verstaan. En eerlijk, is dit alles niet even onverstaanbaar voor ons? Is het voor ons zo helder wat Jezus hier allemaal zegt?
Wie van ons durft ten volle vertrouwen in de onvoorwaardelijke goedheid van mensen? Ook al zien we het gebeuren toch hebben we de neiging om er meer achter te zoeken.
Als deze aardse goedheid al zo lastig is wat dan met ons vertrouwen in de goddelijke Liefde (het hemelse)? Is hij wel te verstaan, die G-d die zijn zoon schenkt? Welke ouder schenkt z’n kind aan de wereld?
Is hij wel te verstaan, die mens die zichzelf breekt en deelt; die z’n leven geeft omwille van de Liefde?
Neen, het is niet te verstaan met onze menselijke logica.
En toch gaat het daarover, over die G-dmens die tot levende getuigenis is geworden van een G-d die doordrongen is van compassie en mededogen. Dus het kan en het ís te vertrouwen daarvoor staat die G-dmens garant want hij heeft het gedaan!

Joh. 3,7b-15 (21/4/2020)

In die tijd zei Jezus tot Nikodemus: 'Voorwaar, voorwaar, ik zeg u: gij moet opnieuw geboren worden.
De wind blaast waarheen hij wil: gij hoort wel zijn gesuis maar weet niet waar hij vandaan komt, en waar hij heengaat;
zo is het met ieder die geboren is uit de Geest.' Nikodemus gaf hem ten antwoord: 'Hoe kan dat geschieden?'
Daarop zei Jezus weer: 'Gij zijt een leraar van Israël en weet dat niet eens? Voorwaar, voorwaar, ik zeg u:
wij spreken over wat wij weten, en wij getuigen van wat wij gezien hebben maar onze getuigenis aanvaardt gij niet.
Wanneer ge zelfs niet gelooft als ik u spreek over dingen die op aarde reeds bekend zijn, hoe zult ge dan geloven
als ik u spreek over dingen die nog in de hemel verborgen zijn? Nooit is er iemand naar de hemel opgeklommen,
tenzij hij die uit de hemel is neergedaald, de Mensenzoon. En deze Mensenzoon moet omhoog worden geheven,
zoals Mozes eens de slang omhoog hief in de woestijn, opdat eenieder die gelooft in Hem eeuwig leven zal hebben.'

En het gesprek gaat voort. Als Jezus echter op een diepere laag begint, aarzelt Nikodemus. Hij is niet helemaal mee wanneer er gesproken wordt over het hemelse.
Hij zelf spreekt over het aardse en ook daarin lukt het hem op dit moment nog niet om Jezus te geloven. Toch blijft hij zoeken, wil hij gelovig op weg gaan.
Dan wordt hij aangesproken op zijn rabbi – leraar – zijn. Jezus wil hem ook hierin graag een stapje verder mee op weg nemen.
Een stap voorbij de boekenwijsheid want deze blokkeert zijn openheid voor de Ruach. Kan hij het aan om opnieuw leerling te worden?
Lukt het hem om te luisteren naar het waaien van de Geest.
Niet zo éénvoudig, ook niet voor ons, zeker niet in deze toch wel bizarre tijden. Niet éénvoudig om die nieuwe wind toe te laten.
Een wind die ons leidt naar een nieuwe manier van zijn, naar verbonden Léven.
Als toemaatje een tekst van H. Oosterhuis

Je moet bidden om wat je bent.
Je bent al wat je nog moet worden.
En wat je bent, dat heb je niet,
heb je niet in je macht.
Dat is niet van jou,
dat moet je gegeven worden.
Je moet dus telkens weer,
in jezelf geboren worden.
‘Kom Geest’ is bidden
om die nieuwe geboorte.