Verbonden Léven

Bijbel 1

Wil je graag het evangeliecommentaar dagelijks in je mailbox? Schrijf je dan in op onze dagelijkse nieuwsbrief onderaan de homepagina.

maandag (21/06/2021)
Mt.7,1-5

(Tussen 7 en 24 juni hebben we een continue lezing van de Bergrede. Meer dan de moeite waard om wat extra aandacht aan te besteden. In deze rubriek vind je zoals gewoonlijk een duiding bij het stukje lezing dat voorzien is voor deze dag. Ter oriëntering schreven we er ook een inleiding bij over het geheel. Die vind je onder deze link.) 

Oordeel niet, opdat je niet geoordeeld wordt. Want met het oordeel waarmee jij oordeelt, zul je geoordeeld worden, en met de maat waarmee jij meet, zul je gemeten worden.
Wat kijk je naar de splinter in het oog van je mede-mens, terwijl in je eigen oog je de balk niet ziet?
Of hoe kun je tegen je mede-mens zeggen: Laat mij de splinter uit je oog verwijderen, terwijl er een balk in je eigen oog zit.
Dubbelzinnigaard [hypocritès / buiten de onderscheiding], verwijder eerst de balk uit je eigen oog en dan zul je helder zien om de splinter uit het oog van je mede-mens te verwijderen.

Het lijkt allemaal zo evident, zo normaal-menselijk. Maar waarom moest Jezus het anders komen vertellen als wij het al deden?! We hebben het in deze Bergrede al vaker gehoord: hij komt niets nieuws vertellen, maar hoopt alleen maar – en drijft het aan – dat we het in z’n ‘radicaliteit’ nu ook eindelijk zouden gaan beleven.
Enkele dagen geleden hoorden we al over de zuiverheid van dat oog. Het is hypocriet als we zonder onderscheiding gaan oordelen over situaties en mensen. En we kúnnen niet tot een goede onderscheiding komen als ons oog verdwaasd, vertroebeld, versplinterd is. Anders is er geen licht of helderheid in ons aanwezig.
Hoe komt het toch dat wij zo ‘blind zijn’ voor onze eigen balken? Ook dat juist blijkt zo ‘normaal-menselijk’ te zijn. Zou dat zijn omdat wij teveel enkel in de spiegel kijken om onszelf te zien, en niet in de spiegel kijken van G-ds liefde voor ons?

Zondag (20/06/2021) 12de zondag door het jaar B
Mc.4,35-41

(Tussen 7 en 24 juni hebben we een continue lezing van de Bergrede. Meer dan de moeite waard om wat extra aandacht aan te besteden. In deze rubriek vind je zoals gewoonlijk een duiding bij het stukje lezing dat voorzien is voor deze dag. Ter oriëntering schreven we er ook een inleiding bij over het geheel. Die vind je onder deze link.) 

Op diezelfde dag, toen het avond was geworden, zei hij tegen hen: “Laten we naar de overkant van het meer gaan.” Ze lieten de menigte gaan en namen hem mee, zoals hij in de boot zat. Ook andere bootjes waren bij hem.
Er stak een hevige stormwind op en de golven stortten zich op de boot, zodat die al vol liep. Hij lag ondertussen op het achterschip, op een kussen, te slapen. Ze maakten hem wakker en zeiden: “Meester, raakt het jou niet dat we vergaan?” Nu wakker geworden, strafte hij de wind af en zei tegen het meer: “Zwijg! Wees stil!” En de wind bedaarde en er ontstond een grote stilte.
Hij zei tegen hen: “Waarom zijn jullie zo bang? Hoe kunnen jullie nog zo zonder vertrouwen zijn?” Zij echter werden erg bevreesd en zeiden tegen elkaar: “Wie is hij toch, dat zelfs de wind en het meer hem gehoorzamen?”

Weer zo’n ‘mooi verhaaltje’ … om níet overheen te lezen!
“Ze namen hem mee, zoals hij in de boot zat.” Het lijkt wel alsof ze het over een of ander ding hebben, ballast die je nu eenmaal meesleept. Want ja, over onze stiel, over vissen, over het wérkelijke leven, daar weet hij toch niets van af. Als het over het echte leven gaat, zullen we het wel zelf doen.
En Jezus láát zich meenemen! Hij valt er zelfs bij in slaap – híj heeft er alle vertrouwen in! – En wij zijn al content dat hij zich met ons leven niet moeit …
Tot het gaat stormen in dat leven en wij doen alsof híj het is die zich van óns niets aantrekt.
Kijk, dát maakt Jezus nu wakker, alert, present: de klein-moedigheid van zijn mensen. Hun klein-vertrouwendheid is nu net zijn diepste zorg. Dáárvoor heeft hij geleefd, om dáár een antwoord op te geven en een weg in aan te wijzen.
Zonder gedoe legt hij de storm het zwijgen op – dat is maar een oppervlakkig gebeuren. Belangrijker is: er ontstond een grote stilte …
Hoe jammer dat wij, in plaats van die grote stilte in te gaan en over ons te laten komen, er bang van zijn …