Verbonden Léven

Mt. 11,25-27 (15/07/2020)

 In die tijd sprak Jezus: 'Ik prijs Jou, Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Jij deze dingen
verborgen gehouden hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze heb geopenbaard aan kleinen.
Ja, Vader, zo heeft het Jou behaagd.
Alles is Mij door mijn Vader in handen gegeven. Niemand kent de Zoon tenzij de Vader,
en niemand kent de Vader tenzij de Zoon en hij aan wie de Zoon het wil openbaren.

Wat voor G-d ben Jij toch, dat Je de grootsheid van je bestaan, niet duidelijk kunt maken aan het verstand van de mensen?
Je hebt hen toch verstandig geschapen? Of is het omdat de mens dat prachtig (en krachtig) verstand eerder gebruikt om te vérhullen
i.p.v. te ónthullen, wat gebeurt als hij ‘denkt’ dat dat verstand het láátste woord is?
Wat voor G-d ben Jij toch, dat Je de grootsheid van je bestaan, niet duidelijk kunt maken aan opgegroeide mensen?
Jij hebt hen toch als opgroeiende mensen geschapen? Of is het omdat de mens in dat wonder gebeuren van het opgroeien
dingen achterlaat of vergeet die hij/zij beter niet achterlaat of vergeet?
Mijn G-d, Vader, (her)schep mij, kneed mij, tot Jouw zoon/dochter. Herstel die innige band van Liefde.
Alleen zij is in staat mij opnieuw te doen zíen wat wáar is: alleen denkkracht die zich vanuit de Liefde oriënteert, schenkt inzicht;
alleen groeikracht die zich ent op Jou, schenkt vol-wassenheid.

 

Mt. 11,28-30 (9/12/2020)

“Kom naar mij, allen die vermoeid zijn en onder lasten gebukt, en ik zal je rust geven.
Neem mijn juk op: laat mij je leermeester zijn – zachtaardig en deemoedig van hart – en je zult rust vinden in jezelf.
Want mijn juk is teder en mijn last is licht.”

Dit stukje Evangelie behoeft geen commentaar. Je moet het gewoon dóen.
Ga in de loop van de dag eens ergens zitten, met een kop koffie of een glaasje wijn (of niet),
met de kaarsen van de Adventskrans of een kruisbeeld voor ogen (of niet), warm binnen of in de frisse buitenlucht, …
… en lees deze woorden van Jezus. Ze zijn aan jóu gezegd!
Lees en herlees deze woorden, laat ze bij je binnenstromen
als een weldadig kabbelend beekje
dat voedt en meevoert …

Mt.11,28-30 (16/07/2020)

In die tijd nam Jezus het woord en sprak: Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt,
en Ik zal je rust en verlichting schenken.
Neemt mijn juk op jouw schou­ders en leert van Mij: Ik ben zachtmoedig en nederig van hart; en gij zult rust vinden voor je zielen,
want mijn juk is zacht en mijn last is licht.

Wanneer ik rond kijk, zie ik hoe angst, onrust, wantrouwen, … het juk van deze tijd lijkt te worden. Ik voel het, die onrust.
Op straat zie ik angst in de ogen van mensen. Ik merk dat velen het niet langer aan kunnen om teruggeworpen te worden op zichzelf.
En te midden van die onrustige, angstige wereld klinkt de uitnodiging: “Neem mijn juk op. Leer van mij:
ik ben zachtmoedig en nederig van hart. En je zult rust vinden”. Iemand die onze last op zich wil nemen. Iemand die rust wil brengen.
Wie verlangt er niet naar?
Het wordt ons aangeboden! Het enige wat wij te doen hebben is bij hem in de leer gaan en het aandurven om anders te gaan leven.
Nederig, of met andere woorden, je leven richten op de ander, op heel de schepping. Je leven richten op God. Nederig dus en zacht-moedig.
Leven met de moed om voorrang te geven aan zachte krachten. Met de moed om tijd te maken voor elkaar, om in gesprek te gaan, nabij te zijn,
te troosten, elkaar uit te dagen, te bevragen; kortom ‘mens te zijn voor elkaar’.
En dit alles vanuit een éénvoud, een één zijn met God.
Durf ik het aan?

Mt. 12,1-8 (17/07/2020)

Eens ging Jezus op een sabbat door de korenvelden; zijn leerlingen nu kregen honger en begonnen aren te plukken en te eten.
De Farizeeën zagen dat en zeiden toe Hem: 'Jouw leerlingen doen daar iets wat op sabbat niet geoorloofd is.'
Hij gaf hun ten antwoord ten antwoord: 'Heb jij niet gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen honger kregen?
Hoe hij het huis van God binnenging en de toonbroden opat die noch hij, noch zijn metgezellen, maar alleen de priesters mochten eten?
Of heb jij niet in de Wet gelezen, dat de priesters elke sabbat in de tempel de sabbat schenden en toch niet schuldig zijn?
Ik echter zeg je: Hier is meer dan de tempel.
Indien het maar tot jou doorgedrongen was wat het zeggen wil: Ik wil liever barmhartigheid dan offers, dan zou je deze onschuldigen niet veroordeeld hebben.
Want de Mensenzoon is Heer van de sabbat.'

Wat een vrije mens is Jezus toch! En hoe zalig zou het niet zijn als Christenen – die toch willen leven als hij? –
ook zo’n vrije mensen zouden zijn! Paulus maakt van ‘de vrijheid van de kinderen Gods’ zelfs een kernthema in zijn prediking.
Gevaarlijk – maar misschien net des te belangrijker – om hierover na te denken in tijden van corona … Wat betekent dat dan?
Gooit Jezus de wet overboord? In dit stukje Evangelie kan dat zo lijken. Hij zegt zelfs letterlijk dat hij ‘heer is van de sabbat’,
en zo lijkt hij zich dus ‘boven de wet’ te stellen. Maar enkele hoofdstukken vroeger (Mt.5,17) zegt Jezus zeer nadrukkelijk:
“Ik ben niet gekomen om de wet op te heffen, maar om haar te vervullen.”
‘Vrij staan’ tegenover de wet is blijkbaar iets anders dan ‘erboven staan’. Bij ‘erboven staan’ is mijn eigen goesting het doel;
bij ‘vrij staan’ neem ik de wet niet als dóel, maar als middel, dat zich moet richten op een hoger doel: het welzijn (≠ welvaart) van de mens.
Wie de wet naleeft zonder zich de vraag te stellen of die wel het hoger doel dient, is eigenlijk ‘slaaf’ van de wet.
Wie vrij is, hanteert de wet tot welzijn van de mens.
En het criterium om te weten wat wel en wat niet? Daar is de vrije Jezus zeer duidelijk in: “Ik wil liever barmhartigheid dan offers”
(‘offer’ hier in de betekenis van een doods/slaafs navolgen van de rituelen/wetten).

Mt.12,14-21 (18/07/2020)

In die tijd verlieten de Farizeeën de synagoge en smeedden plannen om Jezus uit de weg te ruimen.
Maar omdat Jezus dit wist, trok Hij vandaar weg. Velen volgden Hem en Hij genas ze allen.
Hij drukte hun echter op het hart Hem niet bekend te maken,
opdat in vervulling zou gaan het woord door de profeet Jesaja gesproken:
Zie, mijn Dienaar, die ik heb verkoren, mijn Welbeminde, in wie mijn ziel behagen vond.
Ik zal mijn geest op Hem doen rusten, Gods Wet zal Hij verkondigen aan de volkeren.
Hij zal twisten noch schreeuwen en op straat zal men zijn stem niet horen.
Een geknakt riet zal Hij niet breken en een smeulende vlaspit niet doven voordat Hij Gods Wet ter overwinning heeft gevoerd;
en op Zijn Naam zullen de volkeren hopen.

Het lijkt plots wel weer Goede Week! De aankondiging van Jezus’ gewelddadige dood en hoe hij daarop reageert,
met de figuur van ‘de lijdende dienaar’ uit het boek Jesaja als voorbeeld.
De voorbije weken hoorden we niets dan verhalen over genezing, sociale herintegratie, aanspreking, eenvoud, mildheid, rust, vrijheid, …
en het antwoord is: plannen om hem uit de weg te ruimen! Is dat vreemd? Kijk eens om je heen! Goedheid wordt echt niet altijd met goedheid beantwoord – helaas, maar waar.
Maar Jezus wil toch zijn ‘kleine goedheid’ blijven vervullen (“het geknakte riet niet breken, de smeulende vlaspit niet doven”).
Daarvoor trekt hij zich wat terug. (Aan de rand zijn de machthebbers niet zo te vinden; zij houden zich liever op in het centrum.)
“Hij twist noch schreeuwt, laat op straat zijn stem niet horen”, maar zó – in die verborgen Go(e)dheid – laat hij ‘G-ds wet’ kennen – of juister: ervaren –,
namelijk die van de grenzeloze liefde. G-d laat zijn mensen niet los, ook niet als diezelfde mensen hem het leven lastig maken!
Erg hoog gegrepen voor ons om díe weg van Jezus te gaan, maar we kunnen natuurlijk altijd beginnen …

Mt.12,38-42 (20/07/2020)

Op zekere dag richtten enige schriftgeleerden en Farizeeën zich tot Hem met de woorden:
'Meester, wij willen een teken van Je zien.'
Maar Hij gaf hun ten antwoord: 'Een slecht en overspelig geslacht verlangt een teken,
maar geen ander teken zal hun gegeven worden dan dat van de profeet Jona.
Zoals mogelijk Jona drie dagen en drie nachten verbleef in de buik van het zeemonster,
zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten verblijven in de schoot van de aarde.
De mensen van Nineve zullen bij het oordeel opstaan samen met dit geslacht en het veroordelen,
want zij hebben zich bekeerd op de prediking van Jona; welnu, hier is meer dan Jona.
De koningin van het Zuiden zal bij het oordeel opstaan samen met dit geslacht en het veroordelen,
want zij kwam van het uiteinde der aarde om te luisteren naar de wijsheid van Salomo: welnu hier is meer dan Salomo.

En ik die dacht dat overdreven belang aan rationaliteit een kenmerk was van ónze tijd …
De Bijbel toont weer maar eens dat de mens misschien wel veel technische vooruitgang (?) heeft gemaakt, maar voor de rest nog niet veel veranderd is.
Ze (we?) willen een teken zien eer ze iets van Jezus willen aannemen. Maar hij heeft wel door wat ze precies bedoelen,
want een ‘teken’ zal hij hen wel geven, maar geen ‘bewijs’, dat is heel iets anders. Een bewijs is (zo denkt men toch) onomstotelijk; een teken moet je wíllen zien.
Het teken dat Jezus wil geven, vergelijkt hij met twee bijbelse figuren: Jona en Salomo.
Je kúnt zien hoe mensen in diepe duisternis gedompeld zijn, ten dode zich voortslepen, en toch ‘na drie dagen’ opstaan als nieuwe mensen. Dát is het teken van Jezus.
Je kúnt zien (horen/ervaren) hoe iemand soms een wijsheid heeft (zo heel anders dan kennis, en toch ‘onomstotelijk’) en hoe de wereld daar vreemd genoeg moeite mee heeft.
Dát is het teken van Jezus.
Zal ík ze zien, die tekenen …? Vandaag?