Verbonden Léven

Woensdag (8/07/2020)

Mt. 10, 1-7

In die tijd riep Jezus zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun de macht om de onreine geesten uit te drijven
en alle ziekten en kwalen te genezen. Dit zijn de namen van de twaalf apostelen: als eerste: Simon, die Petrus wordt genoemd;
met zijn broer Andreas; Jacobus, de zoon van Zebedeüs, met zijn broer Johannes; Filippus en Bartolomeüs,
Tomas en Matteüs de tollenaar, Jacobus, de zoon van Alfeüs, Taddeüs, Simon de IJveraar en Judas Iskariot, die hem verraden heeft.
Deze twaalf zond Jezus uit met de opdracht: 'Begeeft u niet onder de heidenen en gaat niet binnen in een stad van de Samaritanen;
gij moet veeleer gaan naar de verloren schapen van het huis van Israël. Verkondigt op uw tocht: Het Koninkrijk der hemelen is nabij.'

Jezus leren kennen is één ding. Hem volgen is nog wat anders. Maar wat als je door hem gezonden wordt? Dit overkwam de twaalf.
Jezus vertrouwde hen een niet te onderschatten verantwoordelijkheid toe ook al wist hij dat het bij sommigen totaal de mist in zou gaan.
En toch… het zijn deze mannen die hij zond om mensen heel te maken, nabij te zijn, te troosten;
kortom om ‘mens te zijn voor elkaar’ en zo met hun leven te verkondigen.
Hij kiest ook ieder van ons uit om te getuigen. Wij zijn dus een keuze van G-d! Durf ik dat toe te laten? Durf ik toelaten dat hij mij zendt?
Hij geeft zelfs aan waar de zending moet plaatsvinden. Dicht bij huis, bij allen die aan mijn zorgen zijn toevertrouwd.
Daar, te midden van het dagelijkse leven, daagt hij mij uit om aandachtig te leven. Met aandacht te leven dat ik zie wie zich verloren voelt
of in de steek gelaten. Want alleen als ik hen zie, kan ik deze mensen nabij zijn en het wagen om met hen in relatie te gaan.
Zo zullen zij (en ook ik) doorheen onze verbondenheid ‘G-ds’ Liefde mogen ervaren. Dan zal ons leven spreken van zijn Koninkrijk.

Mt. 10,7-15 (9/07/2020)

 In die tijd zei Jezus tot de twaalf: 'Verkondigt op uw tocht: het Koninkrijk der hemelen is nabij.
Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen en drijft duivels uit. Voor niets hebt gij ontvangen,
voor niets moet gij geven. Tracht dus geen goud, zilver of koper te verwerven om er uw gordels mee te vullen.
Verschaft u ook geen reiszak voor onderweg, geen tweede onderkleed, geen schoeisel of stok,
want de arbeider is zijn onderhoud waard. Als gij in een stad of in een dorp komt,
onderzoekt dan wie waard is u te ontvangen, en verblijft daar tot gij weer vertrekt.
Wanneer ge dat huis binnentreedt, brengt het uw vredegroet; en wanneer het die waard is moge uw vrede over dat huis komen,
maar wanneer het die niet waard is, dan kere uw vrede tot u terug. Als men u ergens niet ontvangt en niet naar uw woorden luistert,
verlaat dan dat huis of die stad en schudt het stof van uw voeten.
Voorwaar, ik zeg u: Op de oordeelsdag zal het voor het land van Sodom en Gomorra draaglijker zijn dan voor die stad.'

 Gezonden worden om G-ds Rijk te verkondigen, om een leven te leven dat niet van-zelf-sprekend is
maar ten volle spreekt van G-d. Niet éénvoudig in onze verdwaasde wereld. Jezus wist het reeds.
Op heel wat plekken in die wereld zullen de mensen niet geïnteresseerd zijn in G-ds Visioen, in Verbonden Léven.
En toch … Hij zond de twaalf (en mij). Ik word eropuit gestuurd maar niet zonder iets mee te krijgen!
Er wordt mij gegeven (om niets) … liefde en verbondenheid. Daarmee word ik op weg gezonden én met de vraag om mensen héél te maken, de wereld lief te hebben.
Gezonden in verbondenheid, om in alle éénvoud en zonder te oordelen te leven en net als hij al die verdwaasdheid lief te hebben.
Om te léven-IN-vertrouwen en in alle vrijheid de wereld tegemoet gaan, wetende dat die wereld ook vrij is om mij en mijn manier van leven al dan niet te verwelkomen.
Liefde kan immers niet opgelegd of opgedrongen worden. Die keuze ligt volledig bij de ander.

Mt. 10,16-23 (10/07/2020)

In die tijd zei Jezus tot de twaalf: 'Zie, ik zend je als schapen tussen wolven.
Weest dus omzichtig als slangen en argeloos als duiven. Neem je in acht voor de mensen.
Zij zullen je overleveren aan de rechtbanken en je geselen in hun synagogen.
Jij zult voor stadhouders en koningen gebracht worden omwille van Mij,
om zo ten overstaan van hen en de heidenen getuigenis af te leggen.
Maak je echter, wanneer men je overlevert, niet bezorgd over het hoe en wat van jouw spreken:
op dat ogenblik zal je worden ingegeven wat jij moet zeggen. Want niet jij bent het die spreekt,
maar door jouw spreekt dan de Geest van jouw Vader. De ene broer zal de andere overleveren om hem te laten doden;
de vader zijn kind; de kinderen zullen opstaan tegen hun ouders en hen ter dood doen brengen.
Je zult een voorwerp van haat zijn voor allen, omwille van mijn Naam. Wie echter ten einde toe volhardt,
hij zal gered worden. Wanneer men je in de ene stad vervolgt vlucht dan naar een andere.
Voorwaar, Ik zeg je: Jij zult niet gereed gekomen zijn met de steden van Israël op het ogenblik dat de Mensenzoon komt.'

Opnieuw word ik uit mijn comfortzone gehaald. Jezus daagt me uit om te getuigen van zijn levenshouding, van een leven in verbondenheid.
En hij windt er geen doekjes om. Als je een standpunt inneemt (zeker als het over geloof gaat) zal je kritiek krijgen.
Je zal zijn als schapen onder de wolven (niet de meest aantrekkelijke gedachte).
Om staande te blijven geeft hij toch wat advies:
1. Wees scherpzinnig en bedachtzaam als een slang, open en onbevangen als een duif.
    Beide, slang en duif, herinneren mij eraan dat al mijn woorden over Verbonden Léven maar halfslachtig zijn
    zolang ik niet onbegrensd vertrouw op G-d. Hou je hoofd erbij maar verlies het Vertrouwen niet,
    dan zullen jou woorden aangereikt worden om te getuigen van Verbonden Léven.
2. Volhard in je geloof. Hou stand ook als het lastig wordt en anderen je aan de kant zetten.
    Blijf Verbonden Léven en je zal ervaren dat je er niet alleen voor staat.
3. En last but not least: Wees gerust ook al lijkt er vaak alleen maar tegenwind, onbegrip en strijd.
    Het zal niet voor niets zijn want doorheen alle tegenkrachten zal het Evangelie verspreid worden, zal Verbonden Léven vorm krijgen.

Mt.10,17-22 (26/12/2020) 

Pas op voor de mensen, want ze zullen je voor het gerecht brengen en je geselen in hun synagogen.
Jullie zullen omwille van mij worden voorgeleid aan gouverneurs en koningen,
en een getuigenis moeten afleggen ten overstaan van hen en de heidenen.
Wanneer ze je uitleveren, vraag je dan niet bezorgd af hoe je moet spreken of wat je moet zeggen.
Want wat je moet zeggen, zal je op dat moment worden ingegeven.
De ene broer zal de andere uitleveren om hem te laten doden, en vaders zullen hetzelfde doen met hun kinderen,
en kinderen zullen zich tegen hun ouders keren en hen laten terechtstellen.
Jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn naam; maar wie standhoudt tot het einde zal worden gered.

Wel een héél bruusk verschil met het Kerstfeest van gisteren! En er is geen ontsnappen aan!
De liturgie voorziet geen andere lezingen voor deze dag, dan dit ‘feest’ van de eerste martelaar Stefanus.
Zou dat niet zijn om ons meteen wat ‘met de voeten op de grond te zetten’?
Zou het ons niet terecht weghalen uit de soms al te romantische sfeer waarin Kerstdag gebaad wordt?
Het Kerstkind mag ons dan wel vertederen, maar tegelijk weten we dat zijn leven
– én het leven van allen die in zijn spoor zullen willen gaan – behoorlijke tegenkantingen zal kennen.
Licht brengen in duisternis, is nu eenmaal optornen tegen alles wat duisternis creëert.
Vrede brengen is zacht-moedig (beide!) ingaan tegen alles wat verdeeldheid zaait.
En we weten het: goedheid roept alleen goedheid op bij wie het goede wenst, maar vreemd genoeg en helaas roept goedheid ook veel kwaadheid op.
Als Kerstdag in ons leven meer wil worden dan romantiek en vrome woorden,
dan zullen we ook de woorden van deze ‘2de Kerstdag’ moeten overwegen … én doen.

Mt.10,26-33 (21/06/2020)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: 'Weest niet bang. Niets is bedekt of het zal onthuld,
niets verborgen of het zal bekend worden. Wat Ik jullie zeg in het duister, spreekt dat uit in het licht,
en wat je jou in het oor hoort fluisteren, verkondigt dat van de daken.
Weest niet bevreesd voor hen die wel het lichaam kunnen doden maar niet de ziel;
vreest veeleer hem die én ziel én lichaam in het verderf kan storten in de hel. Verkoopt men niet twee mussen voor een stuiver?
En toch zal buiten de wil van je Vader niet één mus op de grond vallen. Bij jou echter is zelfs ieder haar van je hoofd geteld.
Weest dus niet bevreesd; jij bent toch méér waard dan een zwerm mussen. Ieder die Mij bij de mensen belijdt,
hem zal ook Ik als de mijne erkennen bij mijn Vader, die in de hemel is. Maar ieder die Mij zal verloochenen tegenover de mensen,
hem zal Ik ook verloochenen tegenover mijn Vader, die in de hemel is.'

Jezus pleit voor onbevreesde openheid. Of misschien is ‘pleiten’ niet het juiste woord; preciezer gaat het
om het uitbazuinen van een waarheid over het Rijk Gods – Gods Visioen over deze wereld.
Waarheid is dat er in de wereld veel tegenkrachten zijn van G-ds Rijk en dat die het bijzonder lastig kunnen maken
voor wie daar wél willen naar leven. Ze kunnen dodelijk zijn!
Waarheid is ook dat G-ds Rijk er net een is van licht, in plaats van duisternis; van openheid en eerlijkheid, in plaats van heimelijkheid en machtsmisbruik.
G-ds Rijk komt er dus niet zónder dat onbevreesde getuigenis van licht en openheid.
Hoe kan een Christen dat doen? Hoe kan ík vandáág dat Visioen van God lévend houden, zoals Jezus het ons voordeed en hoopte dat wij in zijn spoor zouden gaan?
Is dat niet teveel gevraagd – te gevaarlijk – voor een kleine mens als ik?
Het kan!
Omdat het ook waarheid blijkt te zijn dat ik gekend ben (tot mijn laatste haar na) en tegelijk (!) geliefd.
Waarom zou ik dan nog bang zijn? Zou ik het dan niet van de daken schreeuwen?

 

Mt. 10, 34-11,1 (13/07/2020)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: Denkt niet, dat Ik vrede ben komen brengen op aarde; Ik ben geen vrede komen brengen, maar het zwaard.
Tweedracht ben Ik komen brengen tussen een man en zijn vader, tussen dochter en moeder, schoon­dochter en schoon­moeder;
en iemands huisge­noten zullen zijn vijanden zijn.
Wie vader of moeder meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig; wie zoon of dochter meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig.
En wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt, is Mij niet waardig.
Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, en wie zijn leven verliest om Mijnentwil zal het vinden.
Wie u opneemt, neemt Mij op; en wie Mij opneemt, neemt Hem op die mij gezonden heeft.
Wie een profeet opneemt, omdat het een profeet is, zal ook het loon van een profeet ontvangen; en wie een deugdzaam mens opneemt,
omdat het een deugdzaam mens is, zal ook het loon van een deugdzame ontvangen. En wie een van deze kleinen al was het maar een beker koud water geeft,
omdat hij mijn leerling is, voorwaar, Ik zeg u: Zijn loon zal hem zeker niet ontgaan.'
Toen Jezus zijn lessen aan zijn twaalf leerlingen had geeindigd, vertrok Hij vandaar om te onderrichten en te prediken in hun steden.

Bizar, nu lijkt het plots alsof Jezus niets van doen heeft met vrede. Ik was nochtans overtuigd van het tegendeel.
Neen, zegt hij hier, denk dat vooral niet! Ik breng geen vrede maar tweedracht.
Waarom zou ik die man nog blijven volgen? Het wordt hoe langer hoe uitdagender, hoe gekker. Waarom zou ik kiezen voor het zwaard,
voor tweedracht binnen de familie en voor het creëren van vijanden?
Deze woorden klinken misschien hard maar eigenlijk ervaar ik dit wel. Wanneer ik kies om G-d toe te laten in mijn leven vraagt dat keuzes.
Keuzes die vaak verdomd lastig zijn en die niet iedereen begrijpt. Het gevolg is dat er mensen zijn die omwille van mijn keuzes afstand nemen, kwaad worden.
Dus ja, als ik onvoorwaardelijk kies om G-ds liefde toe te laten, kom ik onbegrip tegen. Onbegrip dat af en toe heel fel kan oplaaien.
Want het is voor de doorsnee mens blijkbaar moeilijk te vatten dat er zijn die hun leven uit handen geven, niet langer de touwtjes zelf in de hand willen houden
maar durven vertrouwen op G-d en zich zo verbinden met Hem.
De enige garantie die ik krijg naast onbegrip en tweedracht is dat G-d zich van zijn kant zal verbinden met mij, dat ik G-ds Liefde mag ontvangen.
Aan mij om te kiezen.