Verbonden Léven

Mt. 7,1-5 (22/06/2020)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: 'Oordeelt niet, opdat je niet geoordeeld wordt.
Want met het oordeel dat jij velt zal je geoordeeld worden, en de maat die jij gebruikt zal men ook voor jou gebruiken.
Waarom kijk je naar de splinter in het oog van jouw broeder en merk je de balk niet op in je eigen oog?
Of hoe kan je tot je broeder zeggen: Laat mij die splinter uit je oog halen, en zie, in je eigen oog zit de balk nog!
Huichelaar, haal eerst die balk uit je eigen oog, en dan zal je scherp genoeg zien om de splinter te kunnen verwijderen uit het oog van je broeder.'

Jezus’ Evangelie gaat toch vaak over verbluffende eenvoud.
Eenvoudig is de tekst zelf. Alleen een jong kind dat nog geen vergelijkingen kan begrijpen, kan hier geen weg mee.
Een andere vraag is wel of ík eenvoudig genóeg ben om het ook te wíllen tot mij door laten dringen?
Eenvoud zal nodig zijn om – éindelijk – die balk te zien. Wat meest voor de hand ligt, zie ik blijkbaar vaak het moeilijkst.
Maar eenvoud zal ook de wereld redden! Het is eenvoudig om mij voor te stellen wat er zou gebeuren als ik werkelijk waar zou maken
wat hier in het Evangelie staat. Dát zou ‘G-ds Koninkrijk’ – hemel – zijn!

Mt.7,6.12-14 (23/06/2020)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: 'Geeft het heilige niet aan de honden en werpt je paarlen niet voor de zwijnen,
opdat zij ze niet met hun poten vertrappen, zich omkeren en je verscheuren.
Alles wat jij wilt dat de mensen voor jou doen doet dat ook voor hen. Dat is Wet en Profeten. Gaat binnen door de nauwe poort;
want de weg die naar de ondergang voert is wijd en breed, en velen zijn er die hem inslaan. Hoe nauw toch is de poort
en hoe smal is de weg die voert naar het leven, en weinigen zijn er die hem vinden.'

Drie afzonderlijke spreuken.
De eerste (over geen parels aan de zwijnen geven) doet uitschijnen dat Jezus’ volgelingen
een verheven geheime leer hebben die ze niet zomaar aan iedereen moeten laten kennen.
Dat staat ogenschijnlijk nogal haaks op de tweede (alles wat je wil dat de mensen aan jou doen, …)
die de meest openbare boodschap is die je maar kunt bedenken. Niet voor niets heet ze ‘de gulden regel’,
omdat je die in alle mogelijke religies en levensbeschouwingen tegenkomt.
De derde (over de poort en de weg) lijkt uitkomst te brengen, maar maakt het daarom niet makkelijker (integendeel).
Gemakkelijk is de brede weg te nemen, dan hou je het op één van de twee bovenstaande, of op helemaal geen.
Moeilijker – maar alleen díe weg is levengevend – is de nauwe weg. Die ‘poort’ en ‘weg’ staan van oudsher voor het de onderscheiding.
Zwijgen of spreken? Wanneer het één, wanneer het ander? Of – ‘onderscheidender’ nog – hoe sprekende zwijgen en zwijgende spreken?

Mt.7,7-12 (25/2/2021)

Blijf vragen en er zal je worden gegeven,
blijf zoeken en je zal vinden,
blijf kloppen en er zal je worden open gedaan.
Want al wie vraagt, ontvangt,
al wie zoekt, vindt,
en voor al wie klopt, wordt open gedaan.
Wie van jullie, mensen, zal, als zijn kind om brood vraagt, hem een steen geven,
of als het een vis vraagt, een slang?
Als jullie dus, terwijl je slecht bent, goede gaven geven aan jullie kinderen,
hoeveel te meer dan zal jullie Vader in de hemelen het goede geven aan wie het hem vraagt.
Dus alles wat je zou willen dat mensen voor jou doen, doe dat voor hen.
Dat is wet en profeten!

 Ik word de laatste maanden vaak getroffen door de devotie van eenvoudige mensen.
Mensen die in de kerk een kaarsje komen branden en even stilstaan en prevelen.
In al hun onmacht en eenzaamheid blijven ze aankloppen in de hoop Iemand te vinden
die luistert en hen in al hun onmacht nabij wil blijven.
En G-d hij lijkt te zwijgen – ik hoor hem toch zelden. Machteloos kijkt hij toe – aan hun situatie veranderd er niets.
En toch blijven zij vragen, zoeken en kloppen. Hebben zij weet van een trouwe, nabije G-d?
Op die momenten voel ik tot in mijn ingewanden (tot in het diepst van mijn wezen) dat daar, doorheen die eenvoudige gebaren en woorden,
iets gebeurt dat van een andere orde is dan onze menselijke wetmatigheden.
Die mensen maken mij duidelijk dat dit alles te maken heeft met vertrouwen en zich toe-vertrouwen aan,
met in relatie gaan en je verbinden aan die liefdevolle Ander.
Hij/Zij blijft je telkens weer (tot in het oneindige) trouw nabij, stuurt je niet weg maar luistert.
Bij hem wil ook ik blijven aankloppen, wetende dat er zal worden opengedaan.

Mt. 7,21-29 (25/06/2020)

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: 'Niet ieder die tot mij zegt: 'Heer! Heer!' zal binnengaan in het koninkrijk der hemelen,
maar hij die de wil doet van mijn Vader die in de hemel is. Velen zullen op die dag tot mij zeggen:
'Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en hebben wij niet in uw naam duivels uitgedreven en in uw naam veel wonderen gedaan?'
Maar dan zal ik hun onomwonden verklaren: Nooit heb ik u gekend; gaat weg van mij, gij die ongerechtigheid doet!
Ieder nu die deze woorden van mij hoort en ernaar handelt, kan men vergelijken met een verstandig man die zijn huis op rotsgrond bouwde.
De regen viel neer, de bergstromen kwamen oplaag, de storm stak op en zij stortten zich op dat huis, maar het viel niet in, want het stond gegrondvest op de rots.
Maar ieder die deze woorden van mij hoort doch er niet naar handelt, kan men vergelijken met een dwaas die zijn huis bouwde op het zand.
De regen viel neer, de bergstromen kwamen omlaag, de storm stak op en zij beukten dat huis, zodat het volledig verwoest werd.'
Toen Jezus deze toespraak geëindigd had was het volk buiten zichzelf van verbazing over zijn leer.
Want hij onderrichtte niet zoals hun schriftgeleerden, maar als iemand die gezag heeft.

Soms zien levens er tamelijk gelijklopend uit. Huisje, tuintje, financiële mogelijkheden en weinig reden tot klagen.
Zo ziet het er langs buiten uit, als alles vlot loopt. Maar wat als er tegenslagen komen, spanningen, conflicten, …?
Dan lijkt het over essentiële zaken te gaan: een stevig fundament en intensiteit van leven. Beide zijn het onze eigen verantwoordelijkheid.
Waar kies ik voor?
Kies ik voor drijfzand of rotsgrond? Een leven aan de oppervlakte of in de diepte? Een leven zonder of met toekomst?
Kies ik ervoor om tijd vrij te maken en mij te verbinden met ‘G-d’? Wil ik wel met Hem in relatie gaan en luisteren?
Zo intens luisteren dat zijn woorden écht binnen mogen komen zodat ik ze eigen kan maken?
Maak ik in mijn leven de keuze om écht te horen (naar zijn woorden) én waarachtig te handelen (gerechtigheid doen).
Mooi toch dat er hiervoor in het Hebreeuws slechts één woord is: ‘dabar’. Het betekent zowel woord als daad.
Onlosmakelijk zijn die twee met elkaar verbonden.

Mt. 7,21.24-27 (3/12/2020)

[Jezus ging verder met zijn onderricht op de berg:] “Niet iedereen die “Heer, Heer!” tegen mij zegt,
zal binnengaan in het koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van mijn Vader.
Iedereen die mijn woorden hoort en ze doet, is te vergelijken met een verstandig man die zijn huis bouwde op de rots.
De regen sloeg neer, de rivieren zwollen op, de winden raasden en beukten op dat huis,
maar het stortte niet in, want het was gegrondvest op de rots.
Maar iedereen die mijn woorden hoort en ze niet doet, is te vergelijken met een verdwaasde
die zijn huis bouwde op het zand. De regen sloeg neer, de rivieren zwollen op, de winden raasden en beukten op dat huis,
maar het stortte in zodat het helemaal verwoest werd.”

Lichtjes van hoop zijn het, de mensen die “de wil doen van mijn Vader”. Die mensen wiens leven gericht is op de ander.
Zij zijn immers die huizen, die mensen die stevig gegrondvest staan en bestand zijn tegen wind, regen en storm.
Het is daar bij die mensen, in die huizen dat velen een toevlucht vinden, een thuis. Het is daar dat
• mensen elkaar optillen, nabij zijn en blijven
• aandachtig en liefdevol met elkaar wordt omgegaan
• dak- en thuisloze gezien en begroet worden
• kinderen aan elkaar mogen groeien
• tijd gemaakt wordt om even te bellen, langs te gaan
• …
Kortom op zovele plekken, in zovele huizen, waar G-d de richting mag aangeven en mensen weg-wijst uit zichzelf naar de ander toe.
Ik daag je uit om, in deze adventstijd, om je heen te kijken, te zien en met elkaar te delen over die vele lichtjes van hoop,
die ons – deels en bijna – laten geloven in ooit helemaal!

Mt. 8,1-4 (26/06/2020)

Toen Jezus van de berg was afgedaald volgde Hem een talrijke menigte.
Een melaatse kwam naar Hem toe en smeekte Hem op zijn knieën:
'Als Jij wilt, Heer, kan Jij mij reinigen.' Jezus stak de hand uit, raakte hem aan en zei:
'Ik wil, word rein.' En terstond werd hij van zijn melaatsheid gereinigd.
Jezus sprak tot hem: 'Zorg ervoor dat je het niemand zegt, maar ga je laten zien aan de priester
en offer de gave die Mozes heeft voorgeschreven, om ze het bewijs te leveren.'

Twee zaken springen in het oog omdat ze niet van-zelf-sprekend zijn.
1. “Als Jij het wilt.” Niet de meest gebruikelijke zin om een smeekbede mee te beginnen. Meestal gaat het over wat ik wil, mijn vragen en verlangens.
    Hier niet! Hier wordt alles omgedraaid. De man legt zijn situatie neer voor Jezus en geeft ze uit handen.
    De keuze om er al dan niet iets mee te doen ligt bij Jezus. Als Jij het wilt … dus niet wat ik wil.
2. Jezus’ houding t.o.v. een uitgerangeerde (melaatse). Hij keert hem niet de rug toe maar ziet hem en luistert naar wat hij te zeggen heeft.
    Hij neemt hem au sérieux én raakt hem aan. Een intense aanraking die bevrijdt, geneest. Geen angst te bespeuren om zelf ziek te worden
    maar een volledig gericht zijn op de man tegenover Hem. Door de aanraking kan hij opnieuw de draad van zijn leven opnemen.
    Hij wordt aangemoedigd om opnieuw naar de maatschappij te gaan en te doen wat wettelijk van hem gevraagd wordt.
Ten slotte vraagt Jezus om hierover niet te spreken. Dankbaarheid hoeft geen woorden. Je kan haar ook Léven door niet van-zelf-sprekend te leven maar sprekend van G-d.