Verbonden Léven

Lucas 9,7-9 (24/09/2020)

Alles wat er door Jezus gebeurde kwam nu ter ore aan de tetrarch Herodes.
Hij raakte hevig verontrust omdat door sommigen gezegd werd
dat Johannes [de doper] was opgestaan uit de doden.
Sommigen zeiden dat Elia [de profeet die zou terugkeren] verschenen was,
anderen dat een van de vroegere profeten was opgestaan.
Maar Herodes zei: “Johannes heb ik onthoofd.
Wie is dat dan over wie ik zulke dingen hoor?”
En hij zocht naar een mogelijkheid om hem te zien.

Dagelijks worden we geconfronteerd met verhalen, (fake)news, twitter en facebookberichten …
Onmogelijk veel informatie over alles wat er gebeurt in de wereld, over de politiek en de wetenschap,
maar ook info over het reilen en zeilen van bekende en minder bekende mensen.
Een stroom van berichten die vermoedelijk ook vandaag voor verwarring zorgt.
Zouden al deze berichten er ook in kunnen slagen om mensen écht te doen Léven?
Kunnen ze ons leiden naar wie Jezus is of leiden ze ons veeleer verder van hem weg?
Een uitdaging om even stil te staan bij hoe ik omga met wat ik hoor, lees en zie:
• Creëer ik hiermee mijn eigen waarheid en kies ik heel selectief voor die info die mijn eigen gecreëerde waarheid bevestigt?
• Ga ik met behulp van de berichten op zoek naar kansen tot ontmoeting?
• Kies ik voor ontmoetingen die verbinden, in de hoop meer en meer van G-d op het spoor te komen?
Net als toen zullen er altijd berichten op ons blijven toekomen, langs vele kanalen (hoe langer hoe meer).
Aan ons om er bewust mee om te gaan. Dan kunnen ze ons leiden naar verrassende en leven-gevende ontmoetingen.

Lc. 9,18-22 (25/09/2020) 
 
Op zekere dag was Jezus aan het bidden op een eenzame plek.
Zijn leerlingen waren bij hem en hij vroeg hun:
“Wie zeggen de mensen dat ik ben?”
Zij antwoordden: “Johannes de doper, anderen Elia,
en nog anderen dat een van de vroegere profeten is opgestaan.”
“Maar jullie, vroeg Jezus, wie zeggen jullie dat ik ben?”
Petrus antwoordde: “De gezalfde [christos / messiah] van God!”
Maar hij drukte hen met klem op het hart dit aan niemand te zeggen.
“Eerst zal de mensenzoon veel moeten lijden
en door de oudsten, hogepriesters en schriftgeleerden
verworpen en gedood moeten worden
en op de derde dag opgewekt zijn.”
 
Stel je even voor. Je zit samen te bidden, in stilte. Plots valt daar die vraag: “Wie zeggen de mensen dat ik ben?”
Oef! Het wordt niet rechtstreeks aan mij gevraagd. Ik mag me verschuilen achter ‘de mensen’. En dat is ok.
De antwoorden worden aanhoord en goed bevonden. Maar dan komt het. “En jij, wat zeg jij?!”
Nu wordt het persoonlijk, en dat vraagt om een persoonlijk antwoord.
Geen dogma’s of theologische boekenwijsheid, daar gaat het nu niet om. G-d is immers niet te be-grijpen.
Hij is geen G-d van de ratio, maar een relationele G-d. Iemand die mij persoonlijk aanspreekt.
Iemand die zijn Zoon, een ‘G-d-mens’, zendt.
Neen, niet te snel over spreken. Laat het maar eerst doordringen. Riskeer je aan hem.
Maar weet dat het vanuit menselijk perspectief niet niks is, heel je wezen toevertrouwen aan die Liefdes-relatie.
Nochtans, alleen als we ten volle in die relatie intreden, zullen we misschien iets van lijden en dood kunnen vatten.
Alleen daar, te midden van die liefdevolle relatie, kunnen lijden en dood ter sprake komen, niet als eindpunt maar als kans tot Léven

Lc.9.22-25 (18/2/2021)

Jezus zei tegen zijn leerlingen: “De mensenzoon zal eerst veel moeten lijden
en door de oudsten, hogepriesters en schriftgeleerden verworpen en gedood moeten worden en op de derde dag opgewekt zijn.”
En tegen allen zei hij: “Als iemand van zin is achter mij aan te komen, moet hij volstrekt neen zeggen tegen zichzelf,
elke dag zijn kruis [symbool van de ter dood veroordeelde] opnemen en mij volgen.
Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, zal het redden.
Wat baat het iemand heel de wereld te winnen als hij zichzelf verlies of schaadt?”

Het is nogal wat, wat Jezus in het vooruitzicht stelt!
Zowel aan de lastige kant, als aan de mooie: verworpen worden, lijden, sterven … én opgewekt worden ten leven …
Beide zijn voor hem de ‘logische’ gevolgen van het leven waarvoor hij gekozen werd en kiest.
(Dat is de ‘logica van de liefde’, niet de logica van ‘de wereld’.)
Even ‘logisch’ is dat dit evenzeer geldt voor de leerling als voor de meester – waar zou navolging anders over gaan?
Straffe taal, maar misschien wel inspirerend aan het begin van deze Vastentijd!
Zal ík, in mijn leven, even ‘logisch’ (met de logica van de liefde) verwerping, lijden en dood opnemen?
Én zal ik – éven ‘logisch’ – vertrouwen op het winnen van het Léven?!
De meester staat borg voor de leerling. Ik wérd gekozen tot leerling; zal ik ook kíezen om te volgen?

 

Lucas 9,43b-45 (26/09/2020)

Allen stonden verwonderd over alles wat hij deed [na de genezing van een bezeten jongen],
maar Jezus zei tot zijn leerlingen:
“Knopen jullie dit goed in je oren:
De mensenzoon moet overgeleverd worden in de handen van de mensen.”
Maar zij begrepen deze woorden niet – ze waren verborgen, zodat zij ze niet bevatten –
en durfden er hem niet naar vragen.

Voor de tweede keer probeert Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken wat hem te wachten staat: lijden en uitgeleverd worden.
Ze snappen het niet. Het past niet in het beeld dat zij voor ogen hadden!
Hij wil hen met de voeten op de grond zetten. Het gaat niet over indruk maken. Het gaat over trouw zijn/blijven aan jezelf en aan je diepste overtuigingen.
Het gaat over je onvoorwaardelijk geven aan die goddelijke Liefde. Zo consequent leven brengt echter conflicten (en dus ook lijden)
met zich mee, daar kan je vanop aan. Dat is wat Jezus heeft geleefd, trouw liefdevol nabij zijn/blijven,
trouw aan de Bron waaruit hij leeft en dit alles tot in het ultieme.
Logisch dat ze niet verder durven te vragen. Wat als je beseft wat het écht betekent ‘leerling-zijn’?
Wat als je dan niet anders meer kunt dan heel consequent deze man te blijven volgen?
Het is zoveel makkelijker om te aanvaarden dat ik Jezus zou kunnen verraden,
dan dat ik mij laat door-dringen van zijn onvoorwaardelijke liefde en eeuwig-durende trouw.
Dát heeft immers ver-strekkende gevolgen.


Lucas 9,46-50 (28/09/2020)
 
Bij hen [de leerlingen] ontstond de woordenwisseling over wie van hen de grootste zou zijn.
Jezus zag de woordenwisseling van hun hart.
Hij nam een kindje bij de hand en zette het naast zich.
Hij zei tegen hen:
“Wie omwille van mij open staat voor zelfs maar dit kindje, staat open voor mij.
En wie open staat voor mij, staat open voor wie mij gezonden heeft.
Want de kleinste onder jullie allen, die zal groot zijn.”
Johannes reageerde: “Meester, wij zagen iemand die demonen uitdreef in jouw naam.
Wij hebben het hem verhinderd omdat hij geen volgeling is, zoals wij.”
Jezus antwoordde hem echter: “Verhinder het hem niet!
Want wie niet tegen ons is, is voor ons.”
 
Jezus nam een kind op en zette het neer in hun midden. Omdat kinderen zo onschuldig, braaf en zoet zijn?
Neen dat niet! Ze kunnen het bloed onder je nagels vandaan halen. Veeleer omwille van hun vanzelfsprekende kleinheid,
hun ontvankelijkheid voor dat wat hen overstijgt, voor het grootse, het Mysterie. Jezus (en dus ook G-d) heeft wat met het kleine, het kwetsbare, onaanzienlijke.
Neem hen op, richt je doen en laten op hen, op de weerlozen. Maak de kwetsbare tot norm van je denken en handelen.
Laat je leiden door hun Lévenskracht, dan hoef je niet langer naar elkaar te kijken en je met elkaar te vergelijken. Dat werkt immers bedreigend.
Zoek díe mensen op – die ‘kwetsbare rafelrandmensen’ – zij kunnen je wat leren over ontvankelijkheid en nederigheid.
Niet omdat ze er ooit voor gekozen hebben, maar omdat het hun realiteit is. In hun ogen, hun levens zie je wat het wil zeggen ‘kind van G-d’ te zijn!
Het vraagt moed maar opent tegelijkertijd een nieuw en levengevend perspectief.

Lc.9,57-62 (30/09/2020)

Terwijl ze op weg waren [naar Jeruzalem], zei iemand tegen Jezus:
“Ik zal je volgen, waar je ook gaat, heer!”
Jezus antwoordde hem:
“De vossen hebben holen en de vogels van de hemel hebben nesten,
maar de mensenzoon heeft niets waar hij het hoofd kan neerleggen.”
Tot een ander zei hij zelf: “Volg mij.”
Maar die zei: “Heer, sta mij toe eerst terug te gaan om mijn vader te begraven.”
Jezus antwoordde hem: “Laat de doden hun eigen doden begraven.
Maar jij, ga en verkondig overal het koninkrijk van God.”
Nog iemand anders zei: “Ik zal je volgen, heer,
maar sta mij toe eerst afscheid te nemen van mijn huisgenoten.”
Jezus antwoordde hem:
“Niemand die zijn hand aan de ploeg slaat en kijkt naar wat achter hem ligt,
is geschikt voor het koninkrijk van God.”

Dat is toch wel héél veel gevraagd van Jezus … Kan ik dat, durf ik dat, hem zó onvoorwaardelijk volgen – ‘tegen beter weten in’?
Ik moet er mijn ‘ik-rust’ voor laten: dat waar ik mijn zekerheden op bouw; dat wat ik méén nodig te hebben;
misschien zelfs het letterlijke dak boven mijn hoofd – in elk geval het figuurlijke.
Ik moet er vérder voor gaan dan ‘de wet’. Die schrijft voor ‘de doden te begraven’. Dat maakt ons toch pas mens?!
Jawel, maar Jezus volgen betekent ‘mens-er worden dan mens’! Ik moet grensoverschrijdend durven worden … Dán kom ik in het land van de lévenden.
Ik moet er mijn verantwoordelijkheden een ander zwaartepunt voor geven. Dat kan hard aankomen voor mijn omgeving die op mij rekende … voor hún doeleinden.
Radicale keuzes bestaan niet zonder ergens iemand pijn te doen.
Mijn God, mijn Jezus, is dát het wat jij van mij vraagt?
En de tekst zelf staat er bij niemand wat ze er uiteindelijk mee doen … Dat is opdat de vraag míj zou kunnen bereiken …